De laatste plaatsen

Ik was onderweg naar een opdrachtgever, waar ik kennis zou maken met een nieuw product: een innovatie, waar ik graag bij was want ik ben dol op groei. En terwijl ik onderweg was, hoorde ik op de radio dat een aantal juristen het plan heeft om ‘de bomen van Amelisweerd’ de status van rechtspersoon te geven, zodat zij in een rechtszaal voor zichzelf op kunnen komen.
Helemaal nieuw was het idee om natuur rechten te geven niet, maar ik vond het een mooi plan.  ‘Alles van waarde is weerloos,’ is niet voor niets een veel geciteerde dichtregel van Lucebert.
De rechten van een boom, een bloem, een dier, van frisse lucht. Ik zou een roos, een wolf, een mier zich graag horen verweren in een rechtszaal. Hoe zou een schilderij klinken dat voor zijn bestaansrecht pleit, of een gedicht. Hoe klinkt de liefde voor de rechter? Hoe spreekt ontwikkeling als het in haar bestaan bedreigd wordt? En groei?

Ontwikkeling en groei met hulp van (acteer)kunst. Een paar WWLA-lessen geleden stonden aan het eind van de les onverwacht en spontaan de tranen in mijn ogen. Ik kon maar moeilijk benoemen wat me zo had geraakt, maar de waarde van wat ik die dag allemaal had gezien was heel duidelijk voor me. Ook zonder woorden.

Het zo duidelijk voelbare maar ook zo moeilijk in getalsmatige waarde uit te drukken, hoe maak je daar eigenlijk reclame voor, zo vroegen André en ik ons af.
Onze opleiding is geen kiloknaller. Je hebt er geen 2 voor de prijs van 1. Wél zijn de plaatsen beperkt. Bijna op. Zullen we dat dan eens proberen? Gewoon voor de leuk. En omdat ook de niet in geld uit te drukken ‘rechtspersonen’: groei en ontwikkeling een stem verdienen in ‘de markt’.

meld je aan!

‘O … nog maar 3 lessen! Ik ga het nu al missen!’

‘Ik zit in zo’n mooie ontdekkingsreis.’

‘Zonder jullie was ik nooit zover gekomen.’

‘Ik geniet er heel veel van!’

 

meld je aan! … en …. werkt het?

      

Acteren, transformeren en het verhaal van ‘Sebas’

Voordat mensen zich aanmelden bij onze opleiding, krijgen we vaak vragen. Praktische vragen over de lengte, de tijden, de data, de kosten. En inhoudelijke vragen over het werk, hoe het is om trainingsacteur te zijn, wat ervoor nodig is, wat je al moet kunnen voor je de opleiding doet, of je al een volleerd acteur moet zijn, bijvoorbeeld.

Spelen is het belangrijkste instrument in je gereedschapskist als trainingsacteur m/v. Het is een vorm van spelerschap, waarbij je jezelf helemaal vrij en beschikbaar weet te maken voor de rol die je kort daarvoor krijgt in een context die je je snel eigen maakt door ervaring met corporate knowledge, zodat je oprecht en geloofwaardig reageert in de simulatie. Je komt met reële beleving en emoties in een fictieve situatie, zodat de ander optimaal ervaart wat het effect is van de ene of de andere handelwijze.
Moet je dan al een volleerd acteur zijn als je je aanmeldt bij de opleiding? Nee. Er moet wel een opening zijn, een vermogen om jezelf aan het spelerschap over te geven en daarin te leren. Het is waarom we de tijd nemen voor de opleiding tot trainingsacteur: 20 dagen over de periode september – juni, zodat je tijd hebt om te groeien en te rijpen. Zodat je veel kan leren van andere deelnemers in de groep (van twintigers tot en met zestigers, met veel verschillende achtergronden en werkervaring).

In een van onze lessen vragen we deelnemers zich een hele ochtend te verplaatsen in een rol die ver van ze afstaat. Het zijn ervaringen die een leven lang bij je kunnen blijven. Zoals bij Evie, die Sebas werd. Hieronder haar verhaal.

 

De dag dat ik Sebas was

Ik kan mijn glimlach niet onderdrukken als die dag zich als een film opnieuw in mijn hoofd afspeelt.
Tijdens de Opleiding WWLA Acteur m/v in het Bedrijfsleven® kregen we een bijzondere opdracht: Bereid je voor op een les waarin je de hele ochtend een personage speelt dat ver van je afstaat.
Bedachtzaam als ik ben, woog ik zorgvuldig en genuanceerd af hoe dat personage zich zou gedragen. Hoe hij of zij eruit zou zien, welke kleding daarbij paste. Ik zocht naar passend taalgebruik en stelde me voor welke baan en vrienden bij het personage pasten. Uit mijn studentenleven in Amsterdam, herinnerde ik me Sebas. Hij was snel, extravert, impulsief en had een vlotte babbel. Sebas was flirterig, maakte veel grapjes, nam makkelijk ruimte in en nam graag het voortouw. Beetje glad, vol wilde plannen en altijd schor van het feesten. Hij was alles wat ik niet was …

De dagen voor de les werd ik steeds zenuwachtiger. We moesten, als personage, een persoonlijk voorwerp meenemen om onszelf te kunnen voorstellen. Evie zou daar lang over nadenken, er kritisch over zijn en twijfelen over haar keuze. Maar Sebas niet. Want Sebas zou die hele opdracht namelijk niet eens gelezen hebben. Dus stopte ik met zoeken naar een voorwerp.
Ik kocht een paar herenschoenen, leende een bloesje en haalde een pot ‘Extra strong power hold gel’.

En toen was daar die dag.

De Sebas in mij kwam tot leven. Foute spijkerbroek, bloesje, haar strak in de gel. Als man fietste ik naar de trein. Wijdbeens. Evie hoopte dat ze geen bekende tegenkwam. Sebas keek om zich heen of hij nog een lekkere dame kon spotten.
Aangekomen bij de les realiseerde ik me dat ik op tijd was. Dat was niks voor Sebas. Voordat André met de les kon starten, had mijn Sebas zijn oog al laten vallen op twee leuke dames. Dus in zijn beste Amsterdams maakte hij ontspannen een praatje, deelde hij de eerste complimentjes uit en liet de dames lachen.

De les begon. Sebas had lol, praatte door André heen, zat te keten, scoorde een telefoonnummer. De stille, oplettende en goed voorbereide mensen vond hij maar saai.
André vroeg ons het voorwerp erbij te pakken waarmee we onszelf konden presenteren aan de groep. Sebas vroeg aan zijn buurman: ‘Hadden we huiswerk? Hahaha!’ Van binnen kreeg Sebas het toch even warm, maar hij improviseerde en blufte zich erdoorheen. Hij nam zijn telefoon met uitklaphoesje als voorwerp en ging voor de groep staan. ‘Dit ben ik: een open boek! Met veel contacten, veelzijdig, kleurrijk, een beetje chaotisch en altijd bereikbaar!’
Sebas stond graag voor de groep, flapte eruit wat hij dacht, toverde de ene na de andere grap uit zijn hoge hoed en nam alle ruimte in.

Ik, Evie, was zo verrast door het effect: ik zag alleen maar lachende gezichten die mij aanmoedigden om door te gaan. Ik hoefde niet meer na te denken. Ik voelde zelfvertrouwen. Ik was volledig in het hier en nu. Al mijn zorgen verdwenen naar de achtergrond.
Ik voelde ook hoe lastig het was als Sebas de stille en kritische mensen te kunnen peilen, hoe ik het contact met hen ging mijden en hoe ik hun stiltes opvulde met mijn eigen geluid.

Ik ging houden van de Sebas in mij, die misschien wel minder ver van mij afstond dan ik dacht. En als ik me nog eens wat verloren voel in een grote groep, staat hij altijd voor me klaar.
– Evie –
WWLA 2016-2017

Schelden op bestelling

Al een kleine 14 dagen regent het scheldwoorden op ons online platform.
Niet omdat we ruzie hebben of iemand ontevreden is. Nee, morgen is de agressieles. Iedereen is op zoek gegaan naar geschikte scheldwoorden.

Geschikt?

Ja. Voor training.
Er zijn in de maatschappij allerlei plaatsen waar mensen boos of agressief worden en waar de professionals die er werken graag de-escalerend mee om willen leren gaan.
Dus schelden en schreeuwen we op bestelling.
En gaan we mee in escalatie en de-escalatie gedurende de oefeningen.
Daar hebben we geschikte scheldwoorden voor nodig: scheldwoorden die prikkelen maar niet beschadigen.
Dat is natuurlijk altijd aftasten, want de een haalt zijn/haar schouders op bij ‘droplul’ en de ander wordt erdoor geraakt.
Afstemmen met de trainer en de deelnemers over welk gedrag ‘besteld’ wordt is daarom heel belangrijk. Je wilt mensen voorbereiden op moeilijke situaties, niet beschadigen.

Zo kwamen we op een bloemrijke reeks van schlemiel, klojo, droeftoeter, schijtlijster, bijgoochem, pannenkoek, oliebol, trut, kakviool, pisvlek, boktor, flapkut, graftak, zak hooi, augurk, rolmops, knakworst, doos, labbekak, dakhaas, galbak, oetlul, kleuter, etterbak en nog veel meer, af en toe afgewisseld met een ‘OMG!’ of een lachbui, want ook dat kan digitaal.

En  zo hoorden we een collectie van deze en andere woorden langskomen in de filmpjes die WWLA-ers ter voorbereiding hadden gemaakt en ingestuurd.
Kortom: iedereen is goed opgewarmd.

Ik ben ook weer wat scheldwoorden rijker.
Voorlopig is ‘klaphark’ mijn favoriet.

Loes

Leg het accent op je acteertalent

Over het spelen met accenten.

Bovenstaande conference van Mike Boddé bracht met tot het schrijven over accenten. Elk jaar spoor ik studenten van de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven – inmiddels het 14e jaar – aan om zich een paar accenten eigen te maken. Het is fijn ze in je gereedschapskist te hebben. Ze geven je spel meer variatie (als je bijvoorbeeld 12 rollen op 1 middag speelt als trainingsacteur) en meer kleur.
Ik kan me nog de opmerking herinneren van hoogleraar bestuurskunde Hans de Bruijn bij de lancering van ons boek Trainingsacteren, een vak om van te leren. Hij zei:
“Ik had Loes (Wouterson) gevraagd een boerin te spelen tijdens een bijeenkomst met bestuurders over het verdwijnen van de Hedwigepolder. Om het perspectief van de bewoners te vertegenwoordigen. Ik weet niet hoe ze het deed, maar ik zag de Zeeuwse boerin, compleet met klederdracht, religie, haar hele verleden en heden in die ene monoloog.”
Ik weet wel hoe ze het deed: ingeleefd en met het lef een licht Zeeuws accent aan te zetten maakte ze van deze vrouw een driedimensionaal personage.

Mijn fascinatie voor accenten

De eerste 17 jaar van mijn leven bracht ik door in Twente. Mijn ouders spraken Twents met elkaar. Wij kinderen spraken plat (een mix van Nederlands en Twents). Als de dokter, notaris of een leraar aan de deur kwamen, sprak mijn moeder haar beste Nederlands. Als kind keek ik daar vol verwondering naar: ze werd opeens een andere vrouw. Ze ‘ontsteeg’ haar sociale klasse. Tot grote ergernis van mijn vader, trouwens, die dat verraad vond. Hij noemde haar accent afkeurend ‘Hoog Haarlemmerdijks’.
En mijn leraar Nederlands, de heer van Binsbergen, sprak in mijn ogen (of moet ik oren zeggen) perfect Nederlands. Pas toen ik hem jaren later weer eens terugzag, hoorde ik dat hij hartstikke plat praatte en zeker geen ‘ABN’.

Toen ik op mijn 17e naar Amsterdam verhuisde om te studeren, deed ik veel moeite mijn Twentse accent af te leren. Het kwam dom en traag over.
Op mijn opleiding ontmoette ik Joyce, de dochter van een bakker uit Amsterdam Noord. Ze sprak – vond ik – prachtig puur Amsterdams. Tijdens de vele projectgroepen luisterde ik naar haar en sprak ik haar na. Ze vond het wel grappig en ging me typisch Amsterdamse woorden leren.
Je hoort er een aantal in deze clip:

 

Toen ik op mijn 20e naar Londen verhuisde om daar naar de toneelschool te gaan, was het helemaal feest: we kregen er les in accenten! Meneer Bradshaw legde het fonetisch verschil uit tussen Cockney, RP (Received Pronunciation, zeg maar the Queens’ English), Irish, Scottish en Welsh. Het ging over ‘plosives’ en ‘fricatives’, ‘voiced, voiceless, én over ‘the glottal stop’.
Toevallig heeft Twents ook een glottal stop: boertjes van buiten spreek je uit als boertjes van buutn. Cockney heeft the glottal stop en sommige Engelse worden ook: Eton spreek je uit als Et’n.
Ik kan me nog een avond in het café herinneren. Ik was aan het snookeren met een paar Londense ‘lads’. Per ongeluk raakte ik met mijn keu de bal aan zonder te stoten. Een van hen zei:
‘Eii ‘i ‘i!
Ik verstond er geen bal van. ‘What did you say? vroeg ik. Hij zei het langzamer en toen begreep ik het: ‘He hit it!’ Net als wij Tukkers slikte hij alle medeklinkers in, en zijn h’s waren stemloos met een glottal stop. Ik begreep meteen waarom ik me op de markt in Haaksbergen waande, als ik op de markt van Whitechapel in Oost-Londen iedereen door elkaar heen  hoorde praten.

Als acteur ervaar ik de rijkdom van spelen met accenten. Je spreekt niet alleen anders, je BENT iemand anders. Door sneller of langzamer te praten, nadrukkelijk te articuleren of juist alle woorden aan elkaar te plakken, transformeer je. Kijk maar eens naar Meryl Streep als Margaret Thatcher in de Iron Lady, of naar Gillian Anderson in dezelfde rol in de serie The Crown. Of naar Brad Pitt in Snatch. Monic Hendrickx is in de Poolse Bruid een heel ander mens dan in Penoza.

Het spelen van accenten: 5 tips

1. Kies een paar typische woorden

Om in de juiste tongval te komen helpt het een paar typische woorden per accent te hebben en die een paar keer te herhalen. Wat mij hielp voor mijn Amsterdamse accent was: wasverzachter (wasjversachter), Parmezaanse kaas (parremesjaanse kaaaais).

2. Heb lef!

Soms hoor ik mijn studenten zeggen: ik kan geen accenten. Ze zeggen dan eigenlijk: ik durf geen accenten. Ze zijn bang om ‘uit uit accent te vallen’ na een tijdje of om de plank totaal mis te slaan. Heel begrijpelijk, maar leren fietsen ging ook niet in 1 dag. Oefenen, oefenen, oefenen. Heb er lol in en wees niet bang ‘op je bek te gaan’.

3. Luister en doe na

Spreek je met iemand met een accent of dialect: luister en doe na. Er zijn genoeg filmpjes op internet te vinden of je hoort accenten langskomen op tv. Doe het na, merk op hoe het voelt in je mond en ervaar wat je beleeft als je het doet.

4. Verdiep je in de fonetiek

Het helpt om te snappen wat accenten doen met je klinkers en medeklinkers, of ze stemhebbend of stemloos zijn. Of ze snel of langzaam zijn. Of de inflectie omhoog of naar beneden gaat aan het eind van een zin. In het Egnels heb je bijvoorbeeld een ‘dark L’ (zoals in Paul) of een ‘light L’ (als in Paula). Je hebt fysieke zaken, zoals lipspreiding of wanneer je je lippen juist zo min mogelijk beweegt (stiff upper lip). Hierdoor maak je ander geluid. Pers je veel lucht door je strot (spreken met lucht, ‘breathy voice) of spreek je juist met ‘twang‘, waarbij je metaal toevoegt aan je stem.
Thatcher leerde zichzelf aan om met lucht te spreken, met het doel zachter over te komen. Klinkt toch heel anders dan haar harde klank aan het begin van haar carrière.

Dan is er nog de beroemde ‘creaky voice’ van bijvoorbeeld Henri Kissinger of de Kardashians.

5. Wees niet bang om bij het aanleren over the top te gaan, normaliseer later

Om een accent te leren is het raadzaam het eerst even groot aan te zetten. Je ziet het in de fragmenten hierboven: de overdrijving is vaak grappig en maakt het leuk om het te leren. Schroef het daarna terug naar ‘normale’ proporties. Je wilt niet de echte Amsterdammer schofferen met nep-Amsterdams. Zeker in een oefensituatie binnen het trainingsacteren is het verstandiger je het accent zo oprecht mogelijk eigen te maken. Een lichte aanzet doet dan veel meer dan een vet aangezet over the top accent waardoor het grappig wordt en de simulatie ineens over jou gaat in plaats van over de deelnemer.

Play and have fun with it!

Nog wat inspiratie:

André Witbreuk, mede-oprichter en docent WWLA

Voor en na de opleiding

Daan de Kievit was geen acteur, toen hij aan de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven® begon.
Wat deed hem besluiten het roer om te gooien?
Hoe verging het hem na de opleiding? En hoe gaat het met hem in coronatijd?

Hij vertelt het in gesprek met Loes Wouterson.

 

Afbeelding van LUM3N via Pixabay
Afbeelding van LUM3N via Pixabay

Snuffelstages als werk

Sommige kinderen weten al heel vroeg wat ze willen worden. Ze hebben er een beeld van en een drive om daar te komen.
Andere kinderen hebben geen flauw idee en hebben ook na het verlaten van de middelbare school nog geen clou waar ze zelfs maar moeten beginnen om erachter te komen wat ze zouden willen gaan doen, noch hoe ze de weg moeten vinden in de wirwar aan opleidingen die het vervolgonderwijslandschap te bieden heeft.
De exotische functienamen die de afgelopen decennia in het werkveld zijn ontstaan, helpen er niet bij.
Wie weet wat een Director of First Impressions zoal doet? Wat moet je kunnen als je Ambassador of Buzz bent, of Rooms Division Manager, Voorman Offshore, Relocation Assistant, Sales Representative, International Key Accountmanager, Intaker, Participatiecoach, Implementatie Medewerker, Customer Service Professional, Customer Succes Medewerker, Voice Data Executive, Aqua Host?

Ik kom ze tegen. Mensen die zulke functietitels dragen. En ik speel ze. Omdat andere mensen gesprekken met ze voeren en ze daar iets in uit willen proberen. Als ik de rol uitvraag en zeg: ‘Ik ben dus Salesmanager Institutional Business Development’ of ‘Ik ben dus je leidinggevende en Systems Availability Manager’ of ‘Ik ben je collega Beleidsmedewerker Gastvrijheidseconomie’ gevolgd door mijn vraag: ‘Wat doe ik dan zoal de hele dag?’ dan zijn er altijd wel collega’s bereid om de grap te maken: ‘Dat vragen wij ons ook altijd af.’ Maar uiteindelijk komt er een verhaal. Ik krijg een beeld van hoe mijn dagen gevuld zijn. Waar mijn werk vandaan komt. Aan wie ik verantwoording afleg. Wie er allemaal invloed heeft op of ik mijn doelen kan bereiken. Of ik met mijn werk de wereld een beetje beter kan maken en hoe dan.

Toen mijn kinderen opgroeiden kwamen er stages die er nog niet waren toen ik de middelbare school doorliep: de snuffelstage. De mogelijkheid kennis te maken met een bedrijf of een beroep. Later kwamen daar maatschappelijke stages bij. Ik vond het fijn voor de kinderen. Eindelijk iets concreets meemaken, na alle algemene kennis waarvan ze nog niet konden weten of ze daar ooit iets aan zouden hebben.

Ik was een van die kinderen die al vroeg wist wat ze wilde ‘worden’. De drijfveer om te spelen zat er sterk in. Met vallen en opstaan kon ik naar een toneelschool. Ik ontdekte hoe het was om in het theater te werken, voor televisie en in de film. En toen ik voelde dat ik meer wilde, dat ik het anders wilde, waren er voor mij geen snuffelstages.

Tot ik het trainingsacteren ontdekte.

Ik kwam de ene dag binnen in het magazijn van een groot logistiek bedrijf en de andere dag ging ik door de detectiepoorten van de Nederlandsche Bank. Ik toonde mijn paspoort bij de rechtbank op maandag en op dinsdag liep ik een verpleeghuis binnen. De ene week liep ik door de gangen van een ministerie, de andere week door een schoolgebouw, een ziekenhuis of een advocatenkantoor.
‘Werk je hier of heb je hier gewerkt?’
Als die vraag aan me wordt gesteld, heb ik mijn werk goed gedaan. Dan heb ik zo meegekleurd met de context en de cultuur, dat mensen zich kunnen voorstellen dat ik één van hen ben. Iemand binnen het bedrijf die zich toevallig beschikbaar heeft gesteld om uitdagende gesprekken mee te voeren.
Een aantal keren dacht ik: het zou best leuk zijn om hier te werken. En ik zou het gedaan hebben, ware het niet dat ik al het leukste vak heb dat er is: acteur in het bedrijfsleven; inmiddels Master of Action Learning. (Ja, ja, ook ik heb een exotische functienaam.)
Dus ik blijf nog even snuffelen.

Loes

De sterren van de hemel leren

We wisten van niets vorig jaar; toen we startten in september 2019 was live ontmoeten normaal.

September 2020 startten we op kousenvoeten. Geleid door de coronamaatregelen konden we elkaar 4 lessen live zien, op gepaste afstand, die we moeiteloos overbrugden met onze expressie, warmte en gretigheid om te leren.

Les 5 stond gepland als online les. Ongeachte de omstandigheden. Omdat we in minder dan een jaar hebben geleerd dat dit een noodzakelijke vaardigheid is voor iedereen en dus ook voor WWLA Acteurs m/v in het Bedrijfsleven®. En net als vorig jaar, toen we vanaf les 14 plotseling moesten omschakelen, terwijl het land stil lag en het woord Zoom voor het eerst dagelijks viel, maakten we er een feestje van. Met veel afwisseling. Veel verschillende werkvormen. Veel interactie. Veel humor. Veel plezier.

Voorgaande jaren zochten deelnemers elkaar op eigen initiatief live op om onderling te oefenen. Nu wordt er gezoomd bij het leven. Het online leerplatform stroomt vol met inspirerende berichten en reflecties over die sessies en over oefeningen die deelnemers met mensen uit hun eigen omgeving doen (uitvragen van de rol, spelen van de situatie, feedback geven).
‘Ik speelde de moeder waarmee mijn vriendin (leerkracht) een gesprek moest hebben. Al na de eerste zinnen schiet ze in de lach: ‘Ja zo is die moeder inderdaad!’
‘De reactie van mijn broer na twee keer oefenen: ‘Hmmm dit was best eng! Dit is echt wel hoe hij het zou kunnen zeggen.’
‘Een extraverte Voorzitter en een dominante Bedrijfsman; ik had ze allebei goed bij de uitvraag!’
‘Morgenavond doen we er nog één!’
‘Na de feedback wilde ze het gelijk nog een keer proberen en met een beter resultaat!  PS: de zenuwen die ik van tevoren had verdwenen snel en ik vond het super gaaf en leerzaam om te doen!’
‘Zo dat was interessant zeg. We hebben net uitgebreid geoefend rond het uitspelen van je belang. (-) Was leuk en ZEER leerzaam. We gaan nu wekelijks zoomen ;-))))’
‘En wat ik steeds weer merk is dat deze manier van leren (dus door te spelen) zoveel plezier oplevert (we hebben ons werkelijk slap gelachen) en tegelijk zo effectief is.’

Nog 15 lessen te gaan. Vrijdag weer online, vanwege de verscherpte maatregelen. Daarna hopelijk weer live. Op gepaste afstand. En toch dichtbij.
We hebben er veel zin in. Alleen en samen. Niets houdt ons tegen om de sterren van de hemel te leren.

 

Andere besmettelijkheden

Ik sprong van het podium. Daar gebeurde het. Tussen de mensen. Niet in de repetitieruimte, niet in de kleedkamers, niet in de bus naar het theater. Ik wilde de tijd tussen wat er tussen de mensen gebeurde en wat ik daarmee deed en kon doen als acteur bekorten. Drastisch bekorten. Geen 6 tot 8 weken repeteren. Geen jaar vooruitplannen. Maar zien, kijken, luisteren en daarmee spelen. Direct. In interactie.
Zoals ik dat op de toneelschool deed als we naar Lochem gingen, de politieschool.
Later bleek er een woord voor te bestaan (ontstaan?): trainingsacteren.

Waar ik kwam raakte ik besmet. Ik dompelde me onder in de taal, de cultuur, de manier van praten, de manier van omgaan met elkaar, ik observeerde hoe de hazen liepen. Regelmatig dacht ik: ‘O, wat een leuke baan! Dat zou ik ook wel een tijdje willen doen!’ Ik schoolde me links en rechts vanwege de dingen die ik tegenkwam en interessant vond. Zo deed ik HBO Bedrijfspsychologie. Ik volgde de opleiding Dementia Care Mapping tot en met de evaluatorstatus. En recent voegde ik daar de opleiding tot Vertrouwenspersoon Ongewenste Omgangsvormen en Vertrouwenspersoon Integriteit aan toe.

Was ik het podium niet afgestapt, dan was ik in het voorjaar niet zo geraakt door wat er in de ouderenzorg gebeurde door corona en de coronamaatregelen. Dan had ik me niet aangemeld bij een verpleeghuis om daar te gaan werken, wat ik sinds eind april een aantal uren in de week doe en waar ik sinds zo’n twee weken deze outfit draag:

Dan had ik me niet genoodzaakt gevoeld een film te maken. Een film die ik niet maakte met theater- of filmcollega’s, maar met acteurs die net als ik werken tussen de mensen, in organisaties, bedrijven en instellingen en die aan een paar woorden genoeg hebben om wat ik wilde maken voor zich te zien en eraan mee te werken. Een film die nu gebruikt wordt door zorginstellingen om de dialoog tussen verschillende disciplines, cliënten en mantelzorgers te verbeteren.

Als ik niet van het podium was gestapt, niet middenin de besmettelijkheden terecht was gekomen van wat er allemaal gebeurt en leeft in het bedrijfsleven en daaromheen, hadden André Witbreuk en ik deze serie nooit kunnen maken, waarmee we wat lucht brachten in de lockdown en tegelijkertijd iets toevoegden aan de herkenbaarheid van een typologie waar we graag mee werken.

Acteur m/v in het bedrijfsleven is een volwassen vak geworden. Als iets dat duidelijk maakt is het het verschil tussen de crisis nu en die van 2008. Destijds kreunde de sector onder de krimpende vraag en het gebrek aan antwoord erop. Nu zie ik overal om me heen collega’s en opdrachtgevers elkaar vinden in vindingrijkheid, in creatieve oplossingen, in allerhande werkwijzen om actief en aan de slag te blijven, omdat onze meerwaarde niet ter discussie staat. Het maakt me blij en trots op onze sector

Loes Wouterson

 

uitgelichte foto: Photo by Carson Masterson on Unsplash