Bescheidenheid past de feedbackgever

‘Kunnen we iets doen met feedback en onze interne communicatie?’ vroeg mijn opdrachtgever.
Geen vreemde vraag.
De tweede lesdag van de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven gaat over feedback, een vaardigheid die vervolgens een belangrijke leidraad blijft in de opleiding tot het vak. ‘Er wordt veel getraind op het geven en ontvangen van feedback,’ vertel ik in die les, ‘en toch blijft het in praktijk brengen ervan moeilijk. Mensen blijven er tegenaan hikken. Leuk voor trainers, maar waarom is het zo?’

Een paar weken later schoof de directeur van de organisatie aan tafel bij het gesprek tussen mijn opdrachtgever en mij. Hij knikte even bij het thema feedback en stuurde me daarna een artikel uit HBR (maart/april 2019) van Marcus Buckingham & Ashley Goodall. ‘The feedback fallacy, why feedback rarely does what it’s meant to,’ was de titel.

Natuurlijk nam ik deze feedback serieus en ik las het artikel.

Aan het begin van het artikel creëren de schrijvers een beeld van organisaties waarin steeds vaker en steeds meer instrumenten worden ingezet om medewerkers ‘te verbeteren’. Feedback is dan een middel (ondersteund door bv. 360 graden tools, typologieduidingen) om de persoon te laten weten ‘waar hij/zij staat’: ‘Feedback is about telling people what we think of their performance and how they should do it better.’
Ik denk dat er ook nog andere vormen en doelen van feedback zijn, maar laten we het uitgangspunt van de schrijvers hanteren. Immers, niet zelden ervaar ik als acteur in trainingen dat mensen het geven van feedback oefenen om bij de ander (die ik dan representeer) een gedragsverandering te bewerkstelligen.

Een van de dingen die me opvalt als acteur in feedbacktrainingen is dat mijn gesprekspartners, die met mij het gesprek aangaan dat ze in hun werkpraktijk willen gaan houden, vaak geen goed antwoord hebben op mijn vraag: ‘Hoe ziet mijn gedrag eruit als ik je feedback opvolg?’
Ik denk dat het verband houdt met wat het artikel zegt over wat ze noemen ‘Theory of learning’.
De schrijvers zeggen daarover dat veel feedback gericht is op iets wat er nog niet is. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind dat je meer initiatief moet nemen.’ Dan is initiatief nemen blijkbaar iets dat nog niet (genoeg) plaatsvindt. Als ik doorvraag op welk concreet ander gedrag ik dan zou moeten laten zien, vinden mensen dat vaak nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Soms levert het ook geprikkelde reacties op: ‘Ja eh … gewoon! Meer initiatief nemen, eh … meer uit jezelf doen. Dingen doen die niet eerst van je gevraagd worden.’ De ondertoon is: wat valt hier nou niet aan te begrijpen?

Deze toelichting maakt ook meteen duidelijk waarom het zo moeilijk is deze feedback op te volgen, want het is niet concreet. De ontvanger moet het ‘zelf maar begrijpen’.
Wat het artikel zegt over feedback die gaat over wat ontbreekt is: ‘het zet je hersenen in de vecht/vlucht-stand als feedback te veel gericht is op wat niet goed is of op wat nog ontbreekt.’ Kortom de ontvanger van de feedback wordt automatisch defensief en defensiviteit is geen goede gesteldheid om te leren.

Iets anders wat deze moeite om de feedback voor de ander concreet te maken laat zien is waar het artikel het heeft over ‘source of truth’. Volgens de schrijvers zijn wij als mensen niet in staat een betrouwbaar meetinstrument te zijn.
Bijvoorbeeld – laten we het even een competentie noemen – een competentie als ‘initiatief nemen’.  Het is moeilijk om twee mensen te vinden die bijbehorend gedrag precies hetzelfde zullen omschrijven. Het is daarnaast ook nog eens gedrag dat contextgebonden is (wat is je rol, wat zijn je verantwoordelijkheden en bevoegdheden, hoe gaan je collega’s en leidinggevenden om met initiatiefrijk gedrag).
Dat betekent volgens de schrijvers ook, dat feedback minstens zoveel (zo niet meer) zegt over de feedbackgever als over de ontvanger van de feedback.
En dat voel je vaak ook op je klompen aan als je feedback krijgt.
Want het geldt ook voor jezelf: onze evaluaties zijn sterk gekleurd door ons eigen beeld van bijvoorbeeld competenties of kwaliteiten en ons eigen beeld van wat het bijbehorende gedrag zou moeten zijn. Je feedback reflecteert dus je eigen karakteristieken, meningen, en zienswijzen. En, zoals het artikel vertelt, je kunt die gekleurdheid niet verminderen door training, dat wil zeggen, je kunt niet je eigen filters neutraliseren. Je kunt er alleen mee omgaan.

Er staat nog meer in het artikel dat de moeite van het overdenken waard is.

Is feedback dan nutteloos?

Ik vind van niet. Want het blijft een feit dat je jezelf niet ziet. En dat je niet kunt zien wat de intentie van de ander is en wat er in de ander omgaat. Daarvoor is uitwisseling nodig. En die uitwisseling is waardevol.
Dus wat volgens mij waardevol is en blijft, is communiceren over wat je ziet, welke betekenis je eraan verbindt en wat het effect op je is. Niet om de ander te corrigeren of te sturen, maar met de intentie de ander te informeren. Om je eigen zienswijze te laten bijstellen door het beeld en de zienswijze en informatie over de intenties van de ander. Je te laten informeren over het effect van jouw eigen gedrag op de ander en te kunnen laten weten of dat ook je intentie was.  En zo te komen tot een vruchtbare uitwisseling die leidt tot grotere zelfkennis, een betere kennis en begrip van elkaar en zo tot een prettiger samenwerking, die gebaseerd is op gelijkwaardigheid die de basis vindt in dat je allebei mens bent met alle mogelijkheden en beperkingen van dien. Ook als je in het werk allebei een andere rol en verantwoordelijkheid hebt.
Het echte gesprek. Echt contact. Echt luisteren. Echt beschikbaar zijn voor de interactie. Samen de verantwoordelijkheid nemen je gebruiksaanwijzing te delen en wederkerig te zijn in het investeren in het begrip van elkaar en wat je nodig hebt om goed en prettig te functioneren.

Als acteur m/v in trainingen betekent het dat je weliswaar een representant bent van de buitenwereld en op die manier waardevolle informatie kan delen over iets wat de trainingsdeelnemer niet ziet: hoe hij/zij overkomt en wat daarvan het effect is op jou; maar ook dat je die informatie in alle bescheidenheid deelt, omdat je maar één mens bent. Een  – als het goed is – goed getraind mens, die heeft geleerd zich beschikbaar te maken voor de interactie en het vertellen wat die interactie voor je betekent, waardoor de trainingsdeelnemer in alle rust kan reflecteren op zijn/haar handelen en de keuzes die hij/zij daarin wil maken. Maar ook zo’n goed getraind mens, dat je de trainingsdeelnemer alle ruimte en vrijheid laat al dan niet iets te doen met de ervaring die je deelt.
Omdat we wel kunnen uitwisselen, maar geen ‘maat’ zijn. Geen objectieve standaard. Geen ‘source of truth’.

Ik denk dat dat ook de reden is dat je in ons fantastische vak van acteur in het bedrijfsleven niet alleen bijdraagt aan het leren van anderen, het betekent ook dat je zelf leert. En blijft leren. Elke interactie opnieuw.

 

Loes

Nieuwe oriëntatie-/selectieworkshops na de zomer

Er trekken wolken langs de rug, een lichte regen lijkt zich daar nog sluimerend op te houden.
Maar het is onmiskenbaar: de zomer staat voor de deur.

12 nieuwe deelnemers aan de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven hebben zich in de voorgaande maanden gemeld. Na deelname aan de oriëntatie-/selectieworkshop kregen ze advies en kreeg een deel een plaats aangeboden om de opleiding te volgen. Twaalf mensen maken daar gebruik van en kunnen komende zomer vast mijmeren over hoe het zal zijn: een jaar lang ondergedompeld te worden in het mooie vak, samen met gelijkgestemden. Zoals altijd zijn de deelnemers heel gevarieerd, zowel in leeftijd als in achtergrond. Dat betekent een rijke voedingsbodem voor het groepsproces en de mogelijkheid van elkaar te leren.

Na de zomer starten we met nieuwe Selectie- en oriëntatieworkshops  voor de mensen die zich volgend jaar zomer willen kunnen verheugen op de start van een mooie en belevingsrijke opleiding.

 

 

Tien jaar WWLA – Opleiding acteur m/v in het bedrijfsleven

Tien jaar

WWLA, leidt al tien jaar mensen op tot acteur in het bedrijfsleven. Ze komen overal vandaan. Ze zijn rechter, postbode, fotograaf, ICT-manager of jodelzangeres maar hebben één ding gemeen: liefde voor mensen. Allemaal hebben ze als doel een ander iets te leren. Ze oordelen niet, maar proberen slechts te begrijpen. Waarom doet iemand zo? Welk verhaal zit erachter? De antwoorden laten ze zien in hun spel, zodat iedereen het voelt.

Dat is mooi werk. Maar het betekent nogal wat. Het betekent dat je continu in je eigen spiegel kijkt en jezelf toestaat om fouten te maken. Want alleen als je dat kunt, sta je open om te leren en kun je iemand anders laten groeien.

Maar er is meer. Ook organisaties willen spelenderwijs groeien en ontwikkelen. Ze hebben behoefte aan mensen die weten wat er speelt, dat omzetten in een plan met mooie en leerzame spelsituaties en dat vervolgens ook uitvoeren. Dat zijn Masters of Action Learning en Action Design, oftewel mensen met liefde voor mensen én liefde voor organisaties.

Op 3 september 2017 was het tijd om stil te staan bij 10 jaar WWLA. Wat is er met iedereen gebeurd? Wat heeft de opleiding iedereen gebracht en wat biedt de toekomst? Een impressie van het 10-jarig jubileum van de Opleiding Acteur in het Bedrijfsleven van WWLA op zondag 3 september 2017.

Masters in inleven

Ik wil leven zonder angst

Ik wil branden zonder blaren

Ik wil zuipen zonder kater. (uit “Ik wil leven zonder angst” van Brigitte Kaandorp)

Als André start met zingen, staat er ineens een 80-koppig koor dat de hele ochtend gerepeteerd heeft voor de langverwachte voorstelling. Althans zo lijkt het. De opening van 10 jaar WWLA had niet passender gekund. Zang, theater en er mogen zijn vormen het hart van de opleiding.

Nieuwe familie

Een half uur daarvoor liepen de eerste gasten het Nieuwe KHL binnen. De meesten probeerden direct een glimp op te vangen van Loes en André en natuurlijk van hun groepje, de mensen met wie ze zoveel meemaakten. Voor sommigen is het al negen jaar geleden. De onderlinge band en het gemeenschappelijke gevoel zijn er nog steeds, beamen Janny ter Hofstede,

Corien Huiskamp, Irene van Hooren en Tony Huiskamp. Corien vertelt hoe dat bij hen ontstond: “Steevast werd onze training afgesloten in het café. Het was een ontlading van een spannende dag. Het had iets troostends. Je moest je zo kwetsbaar opstellen.”In zijn openingsspeech refereert André ook aan die onderlinge band. Zo zegt hij gekscherend tegen Daan de Kievit, een deelnemer van de nieuwe lichting: “Kijk effe om je heen Daan. Dit is je nieuwe familie.”

Masters in inleven

Ik wil leven zonder angst

Ik wil branden zonder blaren

Ik wil zuipen zonder kater. (uit “Ik wil leven zonder angst” van Brigitte Kaandorp)

Als André start met zingen, staat er ineens een 80-koppig koor dat de hele ochtend gerepeteerd heeft voor de langverwachte voorstelling. Althans zo lijkt het. De opening van 10 jaar WWLA had niet passender gekund. Zang, theater en er mogen zijn vormen het hart van de opleiding.

Nieuwe familie

Een half uur daarvoor liepen de eerste gasten het Nieuwe KHL binnen. De meesten probeerden direct een glimp op te vangen van Loes en André en natuurlijk van hun groepje, de mensen met wie ze zoveel meemaakten. Voor sommigen is het al negen jaar geleden. De onderlinge band en het gemeenschappelijke gevoel zijn er nog steeds, beamen Janny ter Hofstede,

Corien Huiskamp, Irene van Hooren en Tony Huiskamp. Corien vertelt hoe dat bij hen ontstond: “Steevast werd onze training afgesloten in het café. Het was een ontlading van een spannende dag. Het had iets troostends. Je moest je zo kwetsbaar opstellen.”In zijn openingsspeech refereert André ook aan die onderlinge band. Zo zegt hij gekscherend tegen Daan de Kievit, een deelnemer van de nieuwe lichting: “Kijk effe om je heen Daan. Dit is je nieuwe familie.”

Simone van Houdt

Kim de Lange

Tanja Verheijen

Danny Smits

In je nakie op het podium

Als Kim Coppes tijdens de workshop Spiegeltheater (een vorm van theater waarbij acteurs de verhalen van het publiek spelen) aan de zaal vraagt wie er de opleiding over zou willen doen, gaan 80 handen direct de lucht in. Tony Huiskamp denkt dat iedereen wel terug kijkt op een waardevolle opleiding. “Iedereen heeft wel zo’n moment,”zegt hij. Voor hem was dat het spelen van de eigen scènes. Dat was ook het moment voor Tanja Verheijen. “Het spelen van mijn eigen scène heeft me vooral veel vrijheid gegeven. Nou heb ik toch al, als het ware, in mijn nakie gestaan, nou maakt het me minder uit wat iedereen ziet,”zegt ze stralend. En ze voegt daar nog aan toe dat de opleiding haar heeft gedwongen om echt te gaan voelen.

Voor de ander

Het zijn zeker niet alleen de opleiding en de kwetsbare momenten die zorgen voor de verbinding tussen de deelnemers. Het is veel meer. “Je bent er echt voor de ander,” vindt Danny Smits. Simone illustreert hoeveel je kunt betekenen. Ze vertelt over die keer dat ze een training gaf voor verzorgenden van mensen met dementie. “Ik speelde een patiënt met dementie en de verzorgende, een jong meisje van 24, sprak met mij over euthanasie. Ze was ontzettend onzeker, maar juist doordat ze heel weinig zei, bereikte ze heel veel. Ik heb echt kunnen bijdragen aan haar gevoel van zekerheid en haar iets mee kunnen geven dat ze daarna kon gebruiken. Het mooie was dat ook haar ervaren collega’s vol bewondering naar haar keken. Zo werkte het helemaal door.”

Enveloppen openmaken

“Het mooist van de dag vond ik het naspelen van het verhaal van Daphne (15.00 uur op de ‘Vriethof’, over Daphne’s eerste ervaring met carnaval), het klopte precies qua timing en het liep zo goed in elkaar over,”vertelt Danny Smits vol bewondering. “Toch moet je durven falen. In iedere voorstelling zit altijd wel een mindere scène,”houdt Arjan Kindermans de zaal voor.

En mindere scènes, daar kan Kim de Lange over meepraten. Haar verhaal over de enveloppen laat zien dat acteren vallen en opstaan is. Ze vertelt dat ze tijdens haar opleiding een scène moest spelen waarin ze een envelop uit de brievenbus haalt, openmaakt en leest dat er iemand is overleden. Vele keren speelde ze deze scène in de les, maar het lukte haar niet om ’m goed neer te zetten. Vervolgens is ze toen thuis eindeloos enveloppen gaan openen om het toch voor elkaar te krijgen. Als Loes, André, Arjan en Catalijn Willemsen haar verhaal naspelen, voel je de toewijding van Kim nog beter.

Docenten nieuw gelanceerde WWLA Advanced

Dit vak moet goed gebeuren

Om 17 uur gaat er iets bijzonders gebeuren, zo vertrouwde André de zaal aan het begin van de middag toe. Als het moment daar is worden de gasten bedolven onder confetti en verschijnt het logo van WWLA Advanced, een nieuwe opleiding, op het scherm. In een kort filmpje vertellen de betrokken docenten, Loes, André, Arjan Kindermans (Ander Licht), Kim Coppes (o.a. van Leren Modereren), Jeanne Bakker (Brain Bakery), Ruud van Andel (De Oefenmeesters) en Frans Cappers (De Federatie), waar de opleiding voor staat en wat dit betekent voor trainingsacteurs én voor organisaties.

Toen Loes en André zo’n twaalf jaar geleden tegen elkaar zeiden dat dit vak goed moest gebeuren, legden ze met die woorden de basis voor WWLA. Nu is het tijd voor WWLA Advanced, een opleiding voor Masters of Action Learning en Masters of Action Design. Er is behoefte aan trainingsacteurs die meehelpen bij groei en ontwikkeling van organisaties.

Ruud van Andel, een van de docenten van de nieuwe opleiding en al zo’n 27 jaar actief in het vak, heeft het over een Creative Consultant. Hij vervolgt: “Een organisatie wil iemand die zich heeft verdiept in de organisatie en iemand van wie zij weet dat hij/zij echt geïnteresseerd is en verder wil helpen.”Ruud gaat cursisten streetwise maken in corporate culture. “Hoe kan je de taal van het bedrijf spreken zonder jezelf te verloochenen,”verduidelijkt hij. “Humor is daarbij voor een consultant heel belangrijk.”En inderdaad dat kun je de huidige generatie Masters of Action Learning en Action Design niet ontzeggen als ze naast elkaar staan en iets laten vallen over gemiddelde leeftijd en behoefte aan vers bloed.

Muziek raakt

“Niet alleen jullie stellen je continu bloot aan nieuwe leersituaties. Ik zoek ze ook.”Met die twee zinnen introduceert Loes haar zangoptreden en vertelt ze over de zangopleiding die ze het afgelopen jaar heeft gevolgd. Vooraf had ze nog wel even getoetst bij vrienden en bekenden of het de investering waard was. Daar werd louter positief op gereageerd. Haar optreden verrast. Janny vertelt: “Toen Loes begon te zingen dacht ik wat ben jij een bijzondere vrouw, wat kan je veel”.

Dat ook Maj, dochter van Loes, het podium op zou stappen was een geheim en een verrassing van André. Speciaal voor Loes zingt Maj “If I ain’t got you” van Alicia Keys. De zaal is er stil van. Dat is durven. De overgang naar de geplande meezinger is voor even gewaagd. Maar na een mooie stilte is het WWLA-koor klaar voor “de Waarheid” (Marco Borsato). En jaargang 10 sluit vervolgens toepasselijk af met het eigen nummer “Dank je wel Loes en André” (op de melodie en muziek van Bloed, zweet en tranen van André Hazes).

Refrein:

Dank je wel Loes en André ,

Wat hebben we toch veel geleerd

Auteur:
Het verslag over 10 jaar WWWLA is geschreven door Anne-Marie Cuvelier. Anne-Marie werkt als docent en trainer Communicatie bij onder andere Hogeschool Leiden. Verder adviseert zij organisaties hoe ze hun communicatie kunnen versterken en schrijft zij verhalen over ondernemers en professionals. In haar verhalen wil zij vooral de persoon achter de ondernemer/professional laten zien (wie is hij/zij, waar staat hij/zij voor en wat betekent hij/zij voor een ander). Zoals een trainingsacteur in een scène laat zien wat er echt is, doet Anne-Marie dat in haar verhalen.

Fotografie:

Foto’s van het WWLA jubileum en de verhalen van WWLA-ers op de jubileumsite  zijn gemaakt door Simone Peerdeman, zelf alumnus (WWLA V ’10-’11) en inmiddels cum laude afgestudeerd aan de Fotovakschool.

Gemotiveerd vervolg

Een maand geleden zag het er zo uit in het Vondelpark: als op de foto hiernaast. Vlak daarnaast gaven we de WWLA oriëntatie-/selectieworkshop in een kamer met uitzicht op het park. Hoge ramen. Donkerbruin  gelakte houten lambrisering en de blauwtinten van het behang en de gordijnen aanschouwden ons spel, het spelenderwijs, ervaringsgericht leren.

Morgen is er weer zo’n dag. Dezelfde ruimte. Ander weer, vermoedelijk.
Voor het opleidingsjaar 2019-2020 begroetten we al verschillende mensen, die – net als in voorgaande opleidingsjaren – inspirerend divers zijn van achtergrond. Ze vertellen ons wat hen motiveert om op weg te gaan naar een nieuw vervolg in hun leven en loopbaan.

Doordrenkt van verlangen en gedrevenheid, gelardeerd met doelgerichtheid en pragmatisme, klinken hun woorden:

“Mezelf inleven in iemand anders
in een gevoel of situatie die niet de mijne is

Ik ben creatief, ik hou van aanpakken, ik kan goed luisteren
Ik handel uit intuïtie met een grote dosis humor

Op mijn 55e eindelijk het lef tonen te gaan doen wat ik leuk vind
De kracht zit in mensen zelf

De rollenspeldagen in mijn vorige opleiding, waren de allerleukste dagen
Ik stak als kind altijd als eerste mijn vinger op bij het spelen van toneelstukjes

In de rollenspelen die ik zelf meemaakte tijdens mijn werk, leerde ik zo snel zo veel
Ik kon er mijn persoonlijkheid door ontwikkelen
En ik dacht: zat ik daar maar … op de stoel van de rollenspeler”

Morgen weer.

Achter gesloten deuren

Acteren in het bedrijfsleven

Twee mensen lopen een kamer binnen. De een laat de ander voorgaan en sluit dan de deur. Iedereen voelt het: achter die deur gaat een serieus gesprek plaatsvinden.
In de meeste gevallen sta je buiten de deur. En ben je daar niet rouwig om, al zou je best vlieg op de muur willen zijn om te weten wat daar wordt besproken.

Als acteur in het bedrijfsleven ben je binnen. Altijd.

Zo was ik in de afgelopen maanden een ambitieuze medewerker. Mijn leidinggevende moest mij teleurstellen, want ik zou niet worden toegelaten op een interne opleiding. Hij hoopte mij het nieuws te brengen zonder me te demotiveren en me enthousiast genoeg te houden om mee te denken over een route die mij nog een jaar binnenboord zou houden en me voor te bereiden op de aanmelding volgend jaar.

Ik was de voormalig eigenaresse van een fysiotherapiepraktijk, waar ik nog twee dagen werkte in aanloop naar mijn pensioen. Om een gat in het rooster te vullen zei ik dat ik er wel een dag bij kon pakken. De praktijkcoördinator wist dat niemand in de praktijk daarop zat te wachten. Hoe ging ze me dat vertellen?

Ik was iemand van de nachtdienst in een verpleeghuis, die alleen verantwoordelijk is voor twee ‘gangen’. Om 22.30 uur zaten er nog bewoonsters in de gang te babbelen, van wie ik graag wilde dat ze naar bed gingen. Om daartoe aan te moedigen had ik de stop van de ganglampen losgedraaid. Een collega uit het huis, die dit toevallig opmerkt, ziet ook dat daardoor de deuren naar het trappenhuis van het slot zijn. Gevaarlijk, want mensen met dementie willen nog weleens gaan dwalen. Ook vindt ze het sneu voor de dames op de gang die nog gezellig bij elkaar zaten en allemaal naar bed moeten. Mijn collega worstelt ermee of ze dit bespreekbaar moet maken.

Ik was de roosteraar in een grote instelling. Iemand van de administratie, die geen kinderen heeft, wacht al jarenlang netjes tot iedereen zijn vakantievoorkeuren heeft ingevuld, zodat mensen met kinderen in het hoogseizoen met vakantie kunnen. En dan past zij zich aan aan de rest. Dit jaar wil ze graag zelf ook in het hoogseizoen, want haar nieuwe vriend heeft kinderen. Maar toen ze het met de roosteraar besprak, was deze afhoudend. De vrouw van de administratie werd toen zelf geïrriteerd, waarop de roosteraar haar aanviel op hoe ze het gesprek voerde.
Ze zoekt nu een weg om het anders te doen, dwars door haar gekwetstheid en verontwaardiging heen.

Ik was een oudere klant van een bank, die niet met de computer overweg kan en belt met de bank om een bedrag over te kunnen maken. De medewerker van de bank had een discussie met zijn collega’s: ga ik deze mevrouw met veel geduld door alle stappen heenleiden, al kost het een half uur. Of zeg ik: vertelt u maar wat het bedrag is, dan maak ik het wel over voor u. Dat kost dan vijf minuten. Wat is het fijnst voor de klant?

Ik was eigenaar van een nieuw restaurant, dat net een klein jaar open was. Ik wilde een vergunning om voor een feest tot 02.00 uur open te zijn in plaats van tot 01.00 uur. Bij het aanvragen van de vergunning blijkt, dat ik eigenlijk helemaal niet tot 01.00 uur open mocht zijn. De medewerker van de gemeente moest mij dit slechte nieuws gaan brengen. Hoe doet hij dit met behoud van de relatie en welke ruimte is er om mee te denken met een ondernemer, die je ook graag in je gemeente hebt?

Ik was een collega die veel over andere collega’s praat en die zich overal mee bemoeit. Mijn leidinggevende wilde dat met me bespreken, ook al had ze niet alles zelf gezien en gehoord. Hoe moest ze dat doen, zonder in een ouder-kind dynamiek te komen. En zonder mij te demotiveren, want ik deed mijn werk altijd supergoed.

Ik was afdelingshoofd in een ziekenhuis en de leider van een kwaliteitsproject heeft informatie van me nodig om de Raad van Bestuur te kunnen rapporteren. Hoe krijgt ze mij zover, terwijl ik een drukke agenda heb en er nog veel projecten lopen, die allemaal tijd vragen.

Ik was een oudere medewerker, die een hartoperatie had gehad. Ik was herstellend. Mijn leidinggevende merkte dat ik steeds minder werkzaamheden deed, terwijl ik aan het reïntegreren was. Het stak hem een beetje, dat ik wel een sportieve vakantie had gehouden, terwijl ik in de winkel steeds zeg dat ik snel moe ben. Hoe bespreekt hij dit, zonder op de stoel van de dokter te gaan zitten en zonder dat zijn oordelen in de weg zitten. Een eerlijk gesprek, van mens tot mens over hoe het ervoor staat. Over begrip, zonder het vervelende gevoel bij de leidinggevende dat hij mogelijk gepiepeld wordt, en zonder het vervelende gevoel bij mij dat ik op voorhand al veroordeeld ben

Een greep uit de gesprekken, die normaal gesproken achter gesloten deuren plaatsvinden.
Waar ik er ben om samen met de initiatiefnemer tot het gesprek variaties uit te proberen, samen te puzzelen, zoeken en te vinden hoe het gesprek kan winnen aan transparantie, het op tafel krijgen van alle belangrijke informatie (zowel feitelijk als op gevoelsniveau), aan gelijkwaardigheid en impact. En daardoor aan duurzaamheid.

Dat doe ik ruim 20 jaar. En het verveelt nooit. Want elk mens is anders. En iedereen heeft een eigen route om het gesprek zo te voeren dat het goed voelt. Die weg vinden is en blijft fantastisch en boeiend.

 

Loes

Dromen realiseren

Toen ik van de middelbare school kwam, wist ik het: ik wil ‘toneelspeelster’ worden. Alleen hoe word je dat? Er waren drie ‘echte’ toneelscholen: in Amsterdam, Maastricht en Arnhem. Ik had geen idee van wat ik daar kon verwachten. Hoe kom je op zo’n school, wat voor lessen krijg je er. Een groot luchtkasteel, waarvan ik de toegangspoort nog niet kende.

WWLA-alumnus Berlinda vertelt over haar droom om trainingsacteur te worden en beschrijft een soortgelijke weg. Ze zag iemand het werk doen, het verlangen ontstond en ging toen op zoek naar de weg om er te komen.

Beluister hier haar verhaal. Van de droom naar realisatie. En van de weg erna, het vinden van haar eigen plek binnen het landschap van ontwikkeling en groei in haar eigen regio (Gelderland):

 

Loes Wouterson

Berlinda Dijkma - WWLA VIII

In andermans schoenen

Auteur: Loes Wouterson

‘Verplaats je eens in de schoenen van een ander.’
Dat is een uitnodiging die regelmatig wordt uitgewisseld als de communicatie niet lekker loopt of als het contact schuurt.

In het werk als acteur in het bedrijfsleven, is dat zogenaamd aantrekken van andermans schoenen een van de belangrijke kenmerken van je toegevoegde waarde. En ook een van de leukste dingen van het vak. Leef niet alleen je eigen leven, leef er 20 op een dag! Nou ja, vooruit: gedeeltes ervan.

De noodzaak van het inleven komt in allerlei, vaak onverwachte gedaantes voor.
Zo hoorde ik tijdens een van mijn opdrachten over een uitvinding, waar ik me nooit bewust van was.
In deze organisatie waren de mensen van de horeca-ondersteuning (onder andere verantwoordelijk voor uitserveren van koffie en thee), niet blij met de afdeling inkoop.
De afdeling inkoop had namelijk koffiekopjes ingekocht, die niet een speciale onderkant hadden.
Wat was er speciaal aan de onderkant die ze graag wilden?
Op die speciale onderkant bleef geen water liggen als de vaatwasser klaar was en op de onderkant van ‘gewone’ kopjes wel. Gevolg: ze moesten nu alle kopjes handmatig deppen om geen nat servies uit de vaatwasser te halen. Een behoorlijke impact op hun werk.

Was de inkoper even in de schoenen van de horecamensen gaan staan, dan had hij of zij een andere beslissing genomen.

Lotte, alumnus van WWLA, vertelt ook (op ca. 5 minuten in het filmpje hieronder) over de waarde die het je kunnen verplaatsen in een ander voor haar heeft. Ze werd zich ervan bewust door de Belbin Teamrollen. Een model over de waarde van diversiteit en complementariteit.

Lotte Geertsma

Evie Daniels en Astrid Onderwater – WWLA X

Evie en Astrid studeerden af in 2017. Ze zijn allebei psycholoog en combineren die achtergrond en expertise op bijzondere wijze met trainingsacteren. Er is nog een overeenkomst: ze willen er meer uithalen, zich verder ontwikkelen en starten daarom in september 2018 met de WWLA Advanced opleiding.

Wat maakte dat jullie de stap maakten naar trainingsacteren?

Evie: Als traumapsycholoog kwam ik veel zware problematiek tegen. Op een gegeven moment wilde ik ook wat meer ‘luchtigheid’. Maar wat, hoe? Ik wist het niet meteen. Terugkijkend op mijn studie en vervolgopleidingen, genoot ik altijd enorm van de rollenspellen. Daar wilde ik weer naartoe, dus ik ging op acteerles en bedacht al snel dat ik daar ook in mijn werk iets mee zou kunnen doen. Mijn acteerdocent Olaf Malmberg wees me op de opleiding van Loes en André. Ik herinner me nog precies het moment waarop André me telefonisch vertelde dat ik was aangenomen. Ik sprong een gat in de lucht!

Astrid: Ik ben van nature nieuwsgierig en kon die eigenschap als onderzoekspsycholoog in de zorg helemaal kwijt: veel mensen interviewen en analyseren. Maar die interactie met mensen en wat daarin gebeurt, dát vond ik eigenlijk het leukst. Ik had ooit een training gehad met een trainingsacteur. Dat sprak me aan. Ik speelde al amateurtoneel, volgde acteerlessen bij Josja Hamann en ben toen ook een basisopleiding trainingsacteren gaan doen.
Na vijf jaar als trainingsacteur te hebben gewerkt, gecombineerd met mijn werk als onderzoeker en jongerenwerker, vroeg ik me af: wat doe ik nu precies in het trainingsacteren? Ik wilde er meer grip op krijgen. Meer verdieping ook. Na wat onderzoek en een enthousiast verhaal van een collega over WWLA, kwam ik bij Loes en André terecht.

 

 

Hoe zou je de opleiding aanbevelen aan iemand die de stap overweegt?

Evie: Ik zou zeggen dat het de leukste opleiding is die ik tot nu toe heb gedaan. Ik heb nergens zoveel geleerd, ook niet over mezelf. Dat wil niet zeggen dat het altijd makkelijk was, trouwens. Bij tijd en wijle was het behoorlijk confronterend.
Astrid: Daar sluit ik me helemaal bij aan. Ik zou het bijna een soort ‘levensschool’ noemen. Je leert een vak, maar je leert ook veel over jezelf en over anderen. Nu ik er zo over nadenk: ik heb er ook beter – of anders – door leren relativeren.
Evie: Ja dat klopt. In onze groep legden de mensen de lat hoog voor zichzelf. Ik ook. Dat maakte het best spannend. Alles meteen goed willen doen; dat heb ik bijvoorbeeld leren relativeren. Of anders gezegd: ik leerde mijn eigen kritische stem wat zachter te zetten en liever voor mezelf te zijn.
Astrid: En liefde voor de deelnemer hebben! Dat staat ook erg centraal in de opleiding.
Evie: Dat laat je voor een groot deel voelen in hoe je feedback geeft. En ook in echt contact maken. Zonder te oordelen, aansluiten bij wat die persoon zal helpen.
Astrid: Het gaat over wezenlijke aandacht hebben voor de persoon die aan het leren is. Dat is precies zoals Loes en André ook met ons omgingen.
Evie: Ze doen het als het ware voor, hè? En ze weten heel goed hoe ze ons vanuit die persoonijke aandacht kunnen stimuleren om steeds een stap verder te gaan.

Als je terugkijkt, welke anekdote komt dan als eerste bij je boven?

Astrid: Wat nu als eerste bij me opkomt is ‘Marco Borsato’. Dat moet ik even toelichten. Het was aan het eind van de opleiding, tijdens een opdracht waarin we in korte tijd van de ene spelsituatie met bijbehorende emotie, naar de andere moesten schakelen. Zo zaten we bang in een bus, en zo waren we juichend en meegolvend publiek bij Marco’s ‘je raakt me kwijhijt’. Ik keek om me heen en kreeg heel even tranen in mijn ogen. Kijk ons nou, nog even en we zijn klaar met de opleiding, dacht ik. Mooi, melancholiek moment. Het zegt wel iets over wat er gebeurt tijdens de opleiding.
Evie: Je leert elkaar kennen. Dat kan ook niet anders want je laat je kwetsbaarheid zien en leert persoonlijke ervaringen in te zetten voor spel. Dat is soms spannend, maar als dat lukt, voelt het zo goed.
Astrid: Komt ook door de opdrachten, die zitten geniaal in elkaar. Zoals Loes bijvoorbeeld een spelopdracht op maat weet te maken.
Evie: Ja! En dat je dan denkt: hoe wéét ze dat? Heel erg knap. Over zo’n ‘maatwerk-opdracht’ gaat mijn meest mooie moment. Ik mocht een rol kiezen die het verst bij me vandaag stond. Ik ga erop los, dacht ik. Als Limburgse vrouw, serieus aangelegd, bedachtzaam, een Monitor (Belbin), koos ik voor een Brononderzoeker (Belbin). Een vrolijke en makkelijke prater uit Amsterdam. Hij heette Sebas. Mijn haar in de gel, bijpassende kleding, een lekker Amsterdams accent. Sebas luisterde graag naar zichzelf, vond alles leuk en kreeg iedereen aan het lachen. En, heel raar, maar ik wist daarna écht even niet meer wat nou de zorgen in mijn leven waren. Sebas is een beetje blijven plakken bij me. Hij heeft me vrijer gemaakt.
Astrid: Ik zie je daar nog staan. Geweldig was het. Dat bedoelde ik aan het begin van dit gesprek ook met ‘relativeren’. De Belbinrollen helpen daar ook bij. Je begrijpt het gedrag van een ander beter.
Evie: Vormers vond ik altijd lastig, bepaalde kanten van Vormers dan. Nu begrijp ik beter wat hen beweegt, waar hun spanning vandaan komt. En welke kracht daarachter zit.
Astrid: En dat je het niet op jezelf hoeft te betrekken.
Evie: Precies! Dat vond ik ook een ontdekking.

En nu gaan jullie ‘Master of Action Learning & Design’ worden

Evie: Ja! En wat is dat een coole ‘titel, hè?
Astrid: We krijgen daarmee de kans om met complexere vraagstukken aan de slag te gaan. Dus weer op onderzoek gaan. Maar dan bijvoorbeeld gevolgd door op maat gemaakte theaterinterventies als aanpak om een verandering in gang te zetten. En onszelf te ontwikkelen als begeleider daarvan. Dat kan veel verschillende vormen aannemen. Zo hoop ik dat muziek en zang ook een rol kunnen gaan spelen.
Ik zie het als een verdieping en verbreding, als een prachtige volgende stap in mijn professionele ontwikkeling. Daarom heb ik ook besloten dat ik na de zomer ga stoppen met mijn baan als jongerenwerker. Ik ga volledig het ondernemerschap aan.
Evie: Ik blijf mijn werk als psycholoog combineren met mijn werk als trainingsacteur. Ik ben op zoek naar hoe ik die twee nog meer met elkaar kan verbinden. Het gaat bij beide vakken over wat mensen beweegt en hoe mensen nieuwe ‘bewegingen’ voor zichzelf ontdekken. Dus de verbinding is er. Tijdens de opleiding tot Master of Action Learning & Design, verwacht ik helder te krijgen hoe ik mijn twee vakgebieden elkaar kan laten versterken.
Astrid: Ik had het net over meer diepte. Daarmee bedoel ik niet ‘zwaar’. Het mag leuk zijn, er mag luchtigheid zijn! Daar komt bij dat ik ernaar utikijk om weer met André en Loes te werken.
Evie: Ik ook! Ik heb er extreem veel zin in. Er borrelen al allerlei ideeën op en ik wil graag leren hoe ik die concreet kan uitwerken. Ik weet dat ik ook weer ‘fouten’ ga maken en onzekerheden tegenkom. Wat helpt is dat ik dat in ieder geval zeker weet!

Evie Danielswebsite

Astrid Onderwaterwebsite

 

Gastdocent Paul Devilee

Gastdocent Paul Devilee is medeoprichter en mede-eigenaar van Acteursbureau Kapok. Wat 25 jaar geleden begon als ‘een centje bijverdienen met trainingsacteren’, ging zijn leven bepalen.

Hoe kon het zo uit de hand lopen, Paul? Je was toch acteur en theatermaker?

We begonnen met een groepje jonge acteurs met theatermaken. Het theater was onze ambitie, maar het was knokken om aan de top te komen. Een vriendin van me werkte bij de politie. Of we wilden acteren in een communicatietraining?
Trainingsacteur? Nog nooit van gehoord, maar natuurlijk gingen we op de vraag in. Enfin zo is het begonnen. En het groeide en groeide.

Op een gegeven moment viel het niet meer te combineren met theatermaken. We kozen voor het trainingsacteren. Heel eerlijk gezegd: we waren succesvoller als trainingsacteursbureau dan als theatermakers.

Kapok is al 25 jaar succesvol. Wat is jullie geheim?

Misschien is dat wel dat we geen geheimen hebben. We delen onze kennis vrijelijk, we zoeken samenwerking op met collega-acteursbureaus en we nodigen anderen uit om hun producten via Kapok aan te bieden. Je kunt ons eigenlijk wel als netwerkorganisatie zien. We hebben een sterke kern van acteurs, die al jaren met ons werken. We zijn een ‘cluppie’. En dat betekent dat we samen ontzettend veel lol hebben. Als nieuwe acteurs auditie doen bij Kapok moeten zij natuurlijk goed zijn, maar ook een fijn mens.

Kapok investeert daarnaast structureel in de acteurs met de Kapok Academy: 10 tot 12 dagen per jaar zijn er workshops en opleidingen waar acteurs van Kapok op in kunnen schrijven. We willen echt de beste acteurs kunnen bieden aan onze klanten en dan moet je ook blijven investeren in hun professionele ontwikkeling. Gelukkig zijn ze allemaal ontzettend leergierig en gedreven door kwaliteit en ontwikkeling van het vak.

Wat we ook belangrijk vinden, is dat je als acteur een positieve band hebt met de trainer. De trainer is immers je partner. Samen maak je er een zinvol leerproces van. Die samenwerking moet je dus koesteren.

Heeft de crisis het vak niet hard geraakt?

Ja en nee. Ik zie dat er een tweedeling is ontstaan: acteurs die voor hele lage prijzen zijn gaan werken en bijvoorbeeld geen hypotheek kunnen krijgen of als zij ziek worden in de problemen komen. En ik zie een groep die zich heeft gespecialiseerd in bepaalde thema’s en eigen diensten heeft ontwikkeld. Zij staan economisch sterker.

Het vak zelf is niet meer weg te denken en bedrijfstheater evenmin. Geen crisis zal daar meer iets aan veranderen. Het heeft zich bewezen en zal van toegevoegde waarde blijven.

Als acteur moet je, zoals iedere ZZP’er, je wel blijven ontwikkelen, ook inhoudelijk. Vroeger werd de inhoud niet belangrijk gevonden, je was vooral ‘gedragsleverancier’, maar die tijd ligt ver achter ons. Nu wordt ons gevraagd om inhoudelijke kennis van bepaalde terreinen. Dus mijn advies is altijd: ga netwerken, word lid van de NVvT en denk na over wat jouw verhaal is; specialiseer je. Investeer in je eigen ontwikkeling en je ondernemerschap.

 

Bij WWLA is het hebben van een theaterachtergrond geen strikte toelatingseis. Wat vind jij daarvan?

Ik vind dat een prima keuze van Loes en André. Ik zie zoveel goede trainingsacteurs die overal vandaan komen. Ze hebben talent. Ze hebben levenservaring. En ze zijn desalniettemin bereid om weer ‘de leerling’ te zijn.
Hun talent en levenservaring zijn de gouden combinatie. Je moet als trainingsacteur namelijk echt iemand zijn, niet alleen een personage spelen. Ook omdat je samen met de trainer een leerproces van mensen begeleidt. Dat vraagt allemaal om zelfkennis en mensenkennis.

Wat krijg jij mee van de ontwikkeling die mensen tijdens de WWLA opleiding doormaken?

Ik ben dan wel slechts ‘gast’, maar ik zie de deelnemers op twee verschillende momenten: eerst tijdens mijn workshop over interactieve feedback en dan weer bij het eindassessment. De ontwikkeling die mensen dan hebben doorgemaakt is fantastisch om te zien.

In het eindassessment staat een vraag centraal: ben je er klaar voor? Met andere woorden: zou ik je meenemen voor een opdracht? Voor verreweg de meesten is het antwoord ‘ja’. Een enkeling krijgt ‘nee’. Dat grijpt ook mij aan. Maar: het is en blijft een momentopname. Sommige van hen vinden daarom evengoed hun weg. En ook dat zegt wel iets over de opleiding, vind ik.

Wat zegt dat over WWLA volgens jou?

Dat Loes en André er altijd weer in slagen een veilige omgeving te creëren, waarin mensen kunnen groeien. Het is niet vrijblijvend, de feedback is direct. Maar altijd constructief en respectvol. Niemand verlaat de opleiding zonder te zijn gegroeid als trainingsacteur en als mens.