Teamrollen in coronatijd: Brononderzoekers

De tweede video in de reeks ‘Teamrollen in coronatijd’.
Dit keer komen twee Brononderzoekers samen om te videobellen over een 1,5-meter-bestendig plan voor het zalencentrum waar ze werken.

Teamrollen in coronatijd: Brononderzoekers

Teamrollen in coronatijd: Zorgdragers

In 2002 volgden André en Loes de Masterclass Belbin Teamrollen bij Rob Groen (CMB). Sindsdien leven deze sjabloonkarakters in ons leven en spelen ze een rol in ons leven. In de WWLA Opleiding werken we en spelen we met de teamrollen die ons steeds weer nieuwe dingen leren en ons elke keer weer in nieuwe situaties brengen.

Dit keer: Teamrollen* in coronatijd. De komende 8 dagen:           (*altijd m/v ondanks de naamgeving)
Zorgdragers
Brononderzoekers
Monitors
Bedrijfsmannen
Voorzitters
Planten
Groepswerkers
Vormers
Enjoy!

Ach …

… je leert altijd wel iets

 

Ze komen in plukjes binnengedruppeld, de deelnemers aan een training. De organisatie heeft een onboardingtraject en deze training maakt er deel van uit. Acht deelnemers in verschillende leeftijden (van begin 20 t/m begin 50).
Ze nemen plaats in hun stoel.

Als de trainer vraagt wat hun verwachtingen zijn voor de dag is de oogst:

– geen
– herhaling
– niets nieuws
– misschien wat verdieping?
– rollenspelen

‘Ik heb al veel ervaring,’ zegt de oudste bij een toelichting. ‘Maar het is wel goed om te blijven opfrissen. Je leert altijd wel iets.’
‘Ik heb al zoveel van dit soort trainingen gehad. Ik weet het allemaal wel. Ik heb niet echt iets waarvan ik nu denk: dat wil ik nog leren,’ zegt een van de jongere deelnemers.
‘Gezien dat er een acteur is denk ik dat we rollenspelen gaan doen. Ik hou er niet van. Maar ja …’

Het zijn bekende geluiden, die zo nu en dan voorkomen. De ene training roept wat meer van dit soort reacties op dan de andere. Ik hoor het als acteur als de trainer inventariseert.
In mijn introductie die daarna komt vertel ik over mijn opleiding aan de toneelschool: hoe de dagen gevuld waren met feedback (hoe kom je over, is het geloofwaardig wat je doet, kun je ook nog ander repertoire laten zien) en hoe ik de weg aflegde tussen wat van mij was (gedrag en aansturende gedachten en gevoelens) en wat nog niet van mij was en wel in de wereld wilde of moest zetten (gedrag en wat er voor nodig was om dat geloofwaardig neer te zetten). ‘Later realiseerde ik me: dit gaat over leren,’ zei ik. ‘Bij alles wat je je eigen wilt maken, leg je die weg af om iets nieuws tot je repertoire te laten horen.’ Ik sloot aan bij de ervaring in de groep: ‘We hebben allemaal al van alles geleerd en er is niet één manier om een gesprek te voeren. Ik zie sessies als deze als interactieve intervisie. Een moment om te experimenteren en elkaar eens bezig te zien, want zowel je briljante als minder goede momenten, beleef je vaak alleen. Het is ook fijn als het eens gezien en gedeeld kan worden. Om samen te ervaren: wat werkt hieraan, wat is fijn. Te ontdekken: hé, zoiets zeg ik nooit, maar dat zou ik best weleens kunnen gaan doen.’
Er werd geknikt.

Vier mensen kwamen in de loop van de sessie uit hun stoel om een gesprek uit te proberen. Ook de vijftiger met de meeste ervaring. ‘Het is fijn dat het met een eigen situatie kon uit mijn praktijk,’ zei hij aan het eind. ‘Dat maakt dat ik er echt iets aan heb. Het ging echt over mij. Het was niet standaard.’

Er waren dus toch verwachtingen. Dat rollenspelen ‘standaard’ zijn bijvoorbeeld. Dat het niet over jouw situatie zou (kunnen) gaan en dat je er dan niet veel aan zou hebben. Dat je ergens aan zou moeten voldoen, in plaats van dat je mocht experimenteren en zelf kiezen welke route je volgde en wat je in de praktijk daarmee ging doen, zoals je dat als volwassen professional logischerwijs zou willen.

Bij de eindronde waren de meeste mensen positief. Zonder uitzondering waren dit de mensen die zelf met mij aan de slag zijn gegaan met hun eigen casus. Ze deden een persoonlijke ervaring op. Het was spannend maar leerzaam en dat gaf impact. Iets wat ze bijbleef.
Er waren ook mensen die zeiden dat ze van het observeren veel geleerd hadden. ‘Soms leer je nog meer van kijken.’ Het kan zeker je favoriete leerstijl zijn en we hebben dat ook gerespecteerd. Het wordt alleen ingewikkeld als iedereen wil observeren en niemand zijn/haar situatie deelt en uitprobeert. En er is iets te zeggen voor de uitspraak: ‘Je weet pas of je iets geleerd hebt als je het in actie kunt omzetten.’ (Vrij naar Argyris.)
Eén iemand maakte de eigen verwachtingen waar: ‘Niets nieuws gehoord of gezien.’

Ik ben dol op leren. Ja het is spannend en het kan confronterend zijn. Toch blijf ik die situaties opzoeken. Uit nieuwsgierigheid en verlangen naar wat er allemaal nog meer is in de wereld. Ik kan niet verwachten dat iedereen dat zo beleeft. Wat ik verrassend blijf vinden is dat mensen een trainingsdag(deel) kunnen uitzitten zonder er iets aan te hebben. Wat moet dat een vervelend gevoel zijn. Hoe anders hadden die vier tot acht uur kunnen worden doorgebracht. Zeker als we ervan uitgaan dat we maar één leven hebben.
Soms houdt angst mensen op de stoel en iedereen heeft recht op zijn/haar eigen grenzen. Vaker denk ik dat mensen misschien nog niet zo ervaren zijn in het naar de eigen hand zetten van een leersituatie. Wat nu als elke deelnemer vooraf heel goed had geweten wat hij/zij uit de ochtend wilde halen? (En als je onvoldoende informatie vooraf hebt over de training, dit ophaalt als voorwaarde om te komen.) Ik denk dat de 2 professionals voor de groep (trainer en acteur) dan perfecte omstandigheden hadden kunnen co-creëren met de deelnemers voor interactief en wederkerig leren. In gelijkwaardigheid en samenwerking.

Of misschien blijft dat een droom die zo nu en dan uitkomt maar niet altijd.

 

 

Intenties en consequenties

De geheime tuin

Wat er in je leeft, waar je uit put als acteur m/v is iets waar niemand weet van heeft, tot je erover vertelt.
Mensen zien en horen wat je speelt, maar ze weten niet waar het vandaan komt.
Uit ‘overlevering’ weet ik dat Dora van der Groen, actrice en theaterdocente van velen, dit ‘de geheime tuin‘ van de acteur noemde.
Deze plaats, waarin we alleen onszelf tegenkomen, heeft elk mens, elk individu.

Wat ik wel en niet weet

Iedereen die werkt met feedback weet dat het over gedrag moet gaan. En dat je wegblijft van intenties. Want intenties zie je niet. Intenties zijn onderdeel van de geheime tuin.
Tegen iemand zeggen: ‘Je maakt je er met een jantje-van-leiden vanaf,’ is daarom geen feedback maar het toeschrijven van een intentie. Als ik dat zeg suggereer ik immers dat ik een kijkje heb genomen in de geheime tuin van de ander, waardoor ik weet dat de ander zijn best niet doet en het zichzelf gemakkelijk maakt. Terwijl het om de reeks gedragingen gaat die mij deze indruk gaven.

Toch zijn ‘goede’ intenties daarmee geen vrijbrief om geen verantwoordelijkheid te nemen.

 

 

Introspectie

De moeder en dochters die wensballonnen oplieten hadden ongetwijfeld niet de intentie om apen te doden. Toch was het een consequentie van wat ze deden. Een consequentie die ook niet had kunnen plaatsvinden, maar die wel tot de mogelijkheden behoorde. Ongeacht de intentie.
De mensen die een bankstel niet naar de vuilstort of de kringloopwinkel brachten maar in het trappenhuis van een flat lieten staan met een briefje erop dat je de bank mee kon nemen als je wilde, hadden ongetwijfeld niet de intentie om mensen te doden. Net zomin als de twee tieners die in dat trappenhuis vuurwerk afstaken.
Toch was het een ongewild gevolg.
Het zijn gevolgen die niet zo makkelijk te dragen zijn omdat we allemaal weleens iets doen wat erop lijkt en meestal het geluk hebben dat het geen slechte afloop heeft en het hard is als dat wel zo is.

Gelukkig hebben in het dagelijkse communicatieverkeer onbedoelde effecten van wat je zegt of doet meestal niet zulke grote gevolgen. Toch is er op het werk en in relaties regelmatig pijn en verdriet als  gevolg van interactie.
En ik wil ervan uitgaan, dat de meeste mensen niet ‘s ochtends opstaan met het doel een ander pijn of verdriet te doen, dus ik ga uit van goede intentie. De meeste mensen hebben in hun geheime tuin begrijpelijke redenen om te doen wat ze doen.

‘Ik bedoelde het niet zo,’ is een uitspraak over intentie waar moeilijk over te discussiëren valt. Het is een uitspraak over de geheime tuin. Over eenzijdige kennis.
Dat betekent niet dat daarmee het gesprek is afgelopen.
Wat overblijft is gedrag. Wat overblijft is wat een consequentie is van wat weliswaar niet je intentie was en toch gebeurde (mede) door je handelen.
Het vraagt lef en moed het echte gesprek aan te gaan. Over gedrag en effect. Over oorzaak en gevolg. Over intentie en consequentie. Niet alleen met de ander. Ook met jezelf. Wat was mijn intentie nu eigenlijk wel? Hoe goed dacht ik erover na? Hoever dacht ik door over het effect op de ander? Wat kan ik tot mijn verantwoordelijkheid rekenen?
We kunnen niet alles voor zijn. En impulsen en spontaniteit zijn belangrijke bronnen van levensvreugde. En voor alles wat niet bedoeld en niet voorzien was hebben we nog een paar andere belangrijke bronnen nodig: die van het goede gesprek, van erkenning, van introspectie en van verantwoordelijkheid nemen.

Ik wens iedereen een bijzondere, boeiende, rijke en liefdevolle geheime tuin.

Loes Wouterson
WWLA – oprichter & opleider

 

 

Bescheidenheid past de feedbackgever

‘Kunnen we iets doen met feedback en onze interne communicatie?’ vroeg mijn opdrachtgever.
Geen vreemde vraag.
De tweede lesdag van de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven gaat over feedback, een vaardigheid die vervolgens een belangrijke leidraad blijft in de opleiding tot het vak. ‘Er wordt veel getraind op het geven en ontvangen van feedback,’ vertel ik in die les, ‘en toch blijft het in praktijk brengen ervan moeilijk. Mensen blijven er tegenaan hikken. Leuk voor trainers, maar waarom is het zo?’

Een paar weken later schoof de directeur van de organisatie aan tafel bij het gesprek tussen mijn opdrachtgever en mij. Hij knikte even bij het thema feedback en stuurde me daarna een artikel uit HBR (maart/april 2019) van Marcus Buckingham & Ashley Goodall. ‘The feedback fallacy, why feedback rarely does what it’s meant to,’ was de titel.

Natuurlijk nam ik deze feedback serieus en ik las het artikel.

Aan het begin van het artikel creëren de schrijvers een beeld van organisaties waarin steeds vaker en steeds meer instrumenten worden ingezet om medewerkers ‘te verbeteren’. Feedback is dan een middel (ondersteund door bv. 360 graden tools, typologieduidingen) om de persoon te laten weten ‘waar hij/zij staat’: ‘Feedback is about telling people what we think of their performance and how they should do it better.’
Ik denk dat er ook nog andere vormen en doelen van feedback zijn, maar laten we het uitgangspunt van de schrijvers hanteren. Immers, niet zelden ervaar ik als acteur in trainingen dat mensen het geven van feedback oefenen om bij de ander (die ik dan representeer) een gedragsverandering te bewerkstelligen.

Een van de dingen die me opvalt als acteur in feedbacktrainingen is dat mijn gesprekspartners, die met mij het gesprek aangaan dat ze in hun werkpraktijk willen gaan houden, vaak geen goed antwoord hebben op mijn vraag: ‘Hoe ziet mijn gedrag eruit als ik je feedback opvolg?’
Ik denk dat het verband houdt met wat het artikel zegt over wat ze noemen ‘Theory of learning’.
De schrijvers zeggen daarover dat veel feedback gericht is op iets wat er nog niet is. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind dat je meer initiatief moet nemen.’ Dan is initiatief nemen blijkbaar iets dat nog niet (genoeg) plaatsvindt. Als ik doorvraag op welk concreet ander gedrag ik dan zou moeten laten zien, vinden mensen dat vaak nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Soms levert het ook geprikkelde reacties op: ‘Ja eh … gewoon! Meer initiatief nemen, eh … meer uit jezelf doen. Dingen doen die niet eerst van je gevraagd worden.’ De ondertoon is: wat valt hier nou niet aan te begrijpen?

Deze toelichting maakt ook meteen duidelijk waarom het zo moeilijk is deze feedback op te volgen, want het is niet concreet. De ontvanger moet het ‘zelf maar begrijpen’.
Wat het artikel zegt over feedback die gaat over wat ontbreekt is: ‘het zet je hersenen in de vecht/vlucht-stand als feedback te veel gericht is op wat niet goed is of op wat nog ontbreekt.’ Kortom de ontvanger van de feedback wordt automatisch defensief en defensiviteit is geen goede gesteldheid om te leren.

Iets anders wat deze moeite om de feedback voor de ander concreet te maken laat zien is waar het artikel het heeft over ‘source of truth’. Volgens de schrijvers zijn wij als mensen niet in staat een betrouwbaar meetinstrument te zijn.
Bijvoorbeeld – laten we het even een competentie noemen – een competentie als ‘initiatief nemen’.  Het is moeilijk om twee mensen te vinden die bijbehorend gedrag precies hetzelfde zullen omschrijven. Het is daarnaast ook nog eens gedrag dat contextgebonden is (wat is je rol, wat zijn je verantwoordelijkheden en bevoegdheden, hoe gaan je collega’s en leidinggevenden om met initiatiefrijk gedrag).
Dat betekent volgens de schrijvers ook, dat feedback minstens zoveel (zo niet meer) zegt over de feedbackgever als over de ontvanger van de feedback.
En dat voel je vaak ook op je klompen aan als je feedback krijgt.
Want het geldt ook voor jezelf: onze evaluaties zijn sterk gekleurd door ons eigen beeld van bijvoorbeeld competenties of kwaliteiten en ons eigen beeld van wat het bijbehorende gedrag zou moeten zijn. Je feedback reflecteert dus je eigen karakteristieken, meningen, en zienswijzen. En, zoals het artikel vertelt, je kunt die gekleurdheid niet verminderen door training, dat wil zeggen, je kunt niet je eigen filters neutraliseren. Je kunt er alleen mee omgaan.

Er staat nog meer in het artikel dat de moeite van het overdenken waard is.

Is feedback dan nutteloos?

Ik vind van niet. Want het blijft een feit dat je jezelf niet ziet. En dat je niet kunt zien wat de intentie van de ander is en wat er in de ander omgaat. Daarvoor is uitwisseling nodig. En die uitwisseling is waardevol.
Dus wat volgens mij waardevol is en blijft, is communiceren over wat je ziet, welke betekenis je eraan verbindt en wat het effect op je is. Niet om de ander te corrigeren of te sturen, maar met de intentie de ander te informeren. Om je eigen zienswijze te laten bijstellen door het beeld en de zienswijze en informatie over de intenties van de ander. Je te laten informeren over het effect van jouw eigen gedrag op de ander en te kunnen laten weten of dat ook je intentie was.  En zo te komen tot een vruchtbare uitwisseling die leidt tot grotere zelfkennis, een betere kennis en begrip van elkaar en zo tot een prettiger samenwerking, die gebaseerd is op gelijkwaardigheid die de basis vindt in dat je allebei mens bent met alle mogelijkheden en beperkingen van dien. Ook als je in het werk allebei een andere rol en verantwoordelijkheid hebt.
Het echte gesprek. Echt contact. Echt luisteren. Echt beschikbaar zijn voor de interactie. Samen de verantwoordelijkheid nemen je gebruiksaanwijzing te delen en wederkerig te zijn in het investeren in het begrip van elkaar en wat je nodig hebt om goed en prettig te functioneren.

Als acteur m/v in trainingen betekent het dat je weliswaar een representant bent van de buitenwereld en op die manier waardevolle informatie kan delen over iets wat de trainingsdeelnemer niet ziet: hoe hij/zij overkomt en wat daarvan het effect is op jou; maar ook dat je die informatie in alle bescheidenheid deelt, omdat je maar één mens bent. Een  – als het goed is – goed getraind mens, die heeft geleerd zich beschikbaar te maken voor de interactie en het vertellen wat die interactie voor je betekent, waardoor de trainingsdeelnemer in alle rust kan reflecteren op zijn/haar handelen en de keuzes die hij/zij daarin wil maken. Maar ook zo’n goed getraind mens, dat je de trainingsdeelnemer alle ruimte en vrijheid laat al dan niet iets te doen met de ervaring die je deelt.
Omdat we wel kunnen uitwisselen, maar geen ‘maat’ zijn. Geen objectieve standaard. Geen ‘source of truth’.

Ik denk dat dat ook de reden is dat je in ons fantastische vak van acteur in het bedrijfsleven niet alleen bijdraagt aan het leren van anderen, het betekent ook dat je zelf leert. En blijft leren. Elke interactie opnieuw.

 

Loes

Nieuwe oriëntatie-/selectieworkshops na de zomer

Er trekken wolken langs de rug, een lichte regen lijkt zich daar nog sluimerend op te houden.
Maar het is onmiskenbaar: de zomer staat voor de deur.

12 nieuwe deelnemers aan de WWLA Opleiding Acteur m/v in het Bedrijfsleven hebben zich in de voorgaande maanden gemeld. Na deelname aan de oriëntatie-/selectieworkshop kregen ze advies en kreeg een deel een plaats aangeboden om de opleiding te volgen. Twaalf mensen maken daar gebruik van en kunnen komende zomer vast mijmeren over hoe het zal zijn: een jaar lang ondergedompeld te worden in het mooie vak, samen met gelijkgestemden. Zoals altijd zijn de deelnemers heel gevarieerd, zowel in leeftijd als in achtergrond. Dat betekent een rijke voedingsbodem voor het groepsproces en de mogelijkheid van elkaar te leren.

Na de zomer starten we met nieuwe Selectie- en oriëntatieworkshops  voor de mensen die zich volgend jaar zomer willen kunnen verheugen op de start van een mooie en belevingsrijke opleiding.

 

 

Tien jaar WWLA – Opleiding acteur m/v in het bedrijfsleven

Tien jaar

WWLA, leidt al tien jaar mensen op tot acteur in het bedrijfsleven. Ze komen overal vandaan. Ze zijn rechter, postbode, fotograaf, ICT-manager of jodelzangeres maar hebben één ding gemeen: liefde voor mensen. Allemaal hebben ze als doel een ander iets te leren. Ze oordelen niet, maar proberen slechts te begrijpen. Waarom doet iemand zo? Welk verhaal zit erachter? De antwoorden laten ze zien in hun spel, zodat iedereen het voelt.

Dat is mooi werk. Maar het betekent nogal wat. Het betekent dat je continu in je eigen spiegel kijkt en jezelf toestaat om fouten te maken. Want alleen als je dat kunt, sta je open om te leren en kun je iemand anders laten groeien.

Maar er is meer. Ook organisaties willen spelenderwijs groeien en ontwikkelen. Ze hebben behoefte aan mensen die weten wat er speelt, dat omzetten in een plan met mooie en leerzame spelsituaties en dat vervolgens ook uitvoeren. Dat zijn Masters of Action Learning en Action Design, oftewel mensen met liefde voor mensen én liefde voor organisaties.

Op 3 september 2017 was het tijd om stil te staan bij 10 jaar WWLA. Wat is er met iedereen gebeurd? Wat heeft de opleiding iedereen gebracht en wat biedt de toekomst? Een impressie van het 10-jarig jubileum van de Opleiding Acteur in het Bedrijfsleven van WWLA op zondag 3 september 2017.

Masters in inleven

Ik wil leven zonder angst

Ik wil branden zonder blaren

Ik wil zuipen zonder kater. (uit “Ik wil leven zonder angst” van Brigitte Kaandorp)

Als André start met zingen, staat er ineens een 80-koppig koor dat de hele ochtend gerepeteerd heeft voor de langverwachte voorstelling. Althans zo lijkt het. De opening van 10 jaar WWLA had niet passender gekund. Zang, theater en er mogen zijn vormen het hart van de opleiding.

Nieuwe familie

Een half uur daarvoor liepen de eerste gasten het Nieuwe KHL binnen. De meesten probeerden direct een glimp op te vangen van Loes en André en natuurlijk van hun groepje, de mensen met wie ze zoveel meemaakten. Voor sommigen is het al negen jaar geleden. De onderlinge band en het gemeenschappelijke gevoel zijn er nog steeds, beamen Janny ter Hofstede,

Corien Huiskamp, Irene van Hooren en Tony Huiskamp. Corien vertelt hoe dat bij hen ontstond: “Steevast werd onze training afgesloten in het café. Het was een ontlading van een spannende dag. Het had iets troostends. Je moest je zo kwetsbaar opstellen.”In zijn openingsspeech refereert André ook aan die onderlinge band. Zo zegt hij gekscherend tegen Daan de Kievit, een deelnemer van de nieuwe lichting: “Kijk effe om je heen Daan. Dit is je nieuwe familie.”

Masters in inleven

Ik wil leven zonder angst

Ik wil branden zonder blaren

Ik wil zuipen zonder kater. (uit “Ik wil leven zonder angst” van Brigitte Kaandorp)

Als André start met zingen, staat er ineens een 80-koppig koor dat de hele ochtend gerepeteerd heeft voor de langverwachte voorstelling. Althans zo lijkt het. De opening van 10 jaar WWLA had niet passender gekund. Zang, theater en er mogen zijn vormen het hart van de opleiding.

Nieuwe familie

Een half uur daarvoor liepen de eerste gasten het Nieuwe KHL binnen. De meesten probeerden direct een glimp op te vangen van Loes en André en natuurlijk van hun groepje, de mensen met wie ze zoveel meemaakten. Voor sommigen is het al negen jaar geleden. De onderlinge band en het gemeenschappelijke gevoel zijn er nog steeds, beamen Janny ter Hofstede,

Corien Huiskamp, Irene van Hooren en Tony Huiskamp. Corien vertelt hoe dat bij hen ontstond: “Steevast werd onze training afgesloten in het café. Het was een ontlading van een spannende dag. Het had iets troostends. Je moest je zo kwetsbaar opstellen.”In zijn openingsspeech refereert André ook aan die onderlinge band. Zo zegt hij gekscherend tegen Daan de Kievit, een deelnemer van de nieuwe lichting: “Kijk effe om je heen Daan. Dit is je nieuwe familie.”

Simone van Houdt

Kim de Lange

Tanja Verheijen

Danny Smits

In je nakie op het podium

Als Kim Coppes tijdens de workshop Spiegeltheater (een vorm van theater waarbij acteurs de verhalen van het publiek spelen) aan de zaal vraagt wie er de opleiding over zou willen doen, gaan 80 handen direct de lucht in. Tony Huiskamp denkt dat iedereen wel terug kijkt op een waardevolle opleiding. “Iedereen heeft wel zo’n moment,”zegt hij. Voor hem was dat het spelen van de eigen scènes. Dat was ook het moment voor Tanja Verheijen. “Het spelen van mijn eigen scène heeft me vooral veel vrijheid gegeven. Nou heb ik toch al, als het ware, in mijn nakie gestaan, nou maakt het me minder uit wat iedereen ziet,”zegt ze stralend. En ze voegt daar nog aan toe dat de opleiding haar heeft gedwongen om echt te gaan voelen.

Voor de ander

Het zijn zeker niet alleen de opleiding en de kwetsbare momenten die zorgen voor de verbinding tussen de deelnemers. Het is veel meer. “Je bent er echt voor de ander,” vindt Danny Smits. Simone illustreert hoeveel je kunt betekenen. Ze vertelt over die keer dat ze een training gaf voor verzorgenden van mensen met dementie. “Ik speelde een patiënt met dementie en de verzorgende, een jong meisje van 24, sprak met mij over euthanasie. Ze was ontzettend onzeker, maar juist doordat ze heel weinig zei, bereikte ze heel veel. Ik heb echt kunnen bijdragen aan haar gevoel van zekerheid en haar iets mee kunnen geven dat ze daarna kon gebruiken. Het mooie was dat ook haar ervaren collega’s vol bewondering naar haar keken. Zo werkte het helemaal door.”

Enveloppen openmaken

“Het mooist van de dag vond ik het naspelen van het verhaal van Daphne (15.00 uur op de ‘Vriethof’, over Daphne’s eerste ervaring met carnaval), het klopte precies qua timing en het liep zo goed in elkaar over,”vertelt Danny Smits vol bewondering. “Toch moet je durven falen. In iedere voorstelling zit altijd wel een mindere scène,”houdt Arjan Kindermans de zaal voor.

En mindere scènes, daar kan Kim de Lange over meepraten. Haar verhaal over de enveloppen laat zien dat acteren vallen en opstaan is. Ze vertelt dat ze tijdens haar opleiding een scène moest spelen waarin ze een envelop uit de brievenbus haalt, openmaakt en leest dat er iemand is overleden. Vele keren speelde ze deze scène in de les, maar het lukte haar niet om ’m goed neer te zetten. Vervolgens is ze toen thuis eindeloos enveloppen gaan openen om het toch voor elkaar te krijgen. Als Loes, André, Arjan en Catalijn Willemsen haar verhaal naspelen, voel je de toewijding van Kim nog beter.

Docenten nieuw gelanceerde WWLA Advanced

Dit vak moet goed gebeuren

Om 17 uur gaat er iets bijzonders gebeuren, zo vertrouwde André de zaal aan het begin van de middag toe. Als het moment daar is worden de gasten bedolven onder confetti en verschijnt het logo van WWLA Advanced, een nieuwe opleiding, op het scherm. In een kort filmpje vertellen de betrokken docenten, Loes, André, Arjan Kindermans (Ander Licht), Kim Coppes (o.a. van Leren Modereren), Jeanne Bakker (Brain Bakery), Ruud van Andel (De Oefenmeesters) en Frans Cappers (De Federatie), waar de opleiding voor staat en wat dit betekent voor trainingsacteurs én voor organisaties.

Toen Loes en André zo’n twaalf jaar geleden tegen elkaar zeiden dat dit vak goed moest gebeuren, legden ze met die woorden de basis voor WWLA. Nu is het tijd voor WWLA Advanced, een opleiding voor Masters of Action Learning en Masters of Action Design. Er is behoefte aan trainingsacteurs die meehelpen bij groei en ontwikkeling van organisaties.

Ruud van Andel, een van de docenten van de nieuwe opleiding en al zo’n 27 jaar actief in het vak, heeft het over een Creative Consultant. Hij vervolgt: “Een organisatie wil iemand die zich heeft verdiept in de organisatie en iemand van wie zij weet dat hij/zij echt geïnteresseerd is en verder wil helpen.”Ruud gaat cursisten streetwise maken in corporate culture. “Hoe kan je de taal van het bedrijf spreken zonder jezelf te verloochenen,”verduidelijkt hij. “Humor is daarbij voor een consultant heel belangrijk.”En inderdaad dat kun je de huidige generatie Masters of Action Learning en Action Design niet ontzeggen als ze naast elkaar staan en iets laten vallen over gemiddelde leeftijd en behoefte aan vers bloed.

Muziek raakt

“Niet alleen jullie stellen je continu bloot aan nieuwe leersituaties. Ik zoek ze ook.”Met die twee zinnen introduceert Loes haar zangoptreden en vertelt ze over de zangopleiding die ze het afgelopen jaar heeft gevolgd. Vooraf had ze nog wel even getoetst bij vrienden en bekenden of het de investering waard was. Daar werd louter positief op gereageerd. Haar optreden verrast. Janny vertelt: “Toen Loes begon te zingen dacht ik wat ben jij een bijzondere vrouw, wat kan je veel”.

Dat ook Maj, dochter van Loes, het podium op zou stappen was een geheim en een verrassing van André. Speciaal voor Loes zingt Maj “If I ain’t got you” van Alicia Keys. De zaal is er stil van. Dat is durven. De overgang naar de geplande meezinger is voor even gewaagd. Maar na een mooie stilte is het WWLA-koor klaar voor “de Waarheid” (Marco Borsato). En jaargang 10 sluit vervolgens toepasselijk af met het eigen nummer “Dank je wel Loes en André” (op de melodie en muziek van Bloed, zweet en tranen van André Hazes).

Refrein:

Dank je wel Loes en André ,

Wat hebben we toch veel geleerd

Auteur:
Het verslag over 10 jaar WWWLA is geschreven door Anne-Marie Cuvelier. Anne-Marie werkt als docent en trainer Communicatie bij onder andere Hogeschool Leiden. Verder adviseert zij organisaties hoe ze hun communicatie kunnen versterken en schrijft zij verhalen over ondernemers en professionals. In haar verhalen wil zij vooral de persoon achter de ondernemer/professional laten zien (wie is hij/zij, waar staat hij/zij voor en wat betekent hij/zij voor een ander). Zoals een trainingsacteur in een scène laat zien wat er echt is, doet Anne-Marie dat in haar verhalen.

Fotografie:

Foto’s van het WWLA jubileum en de verhalen van WWLA-ers op de jubileumsite  zijn gemaakt door Simone Peerdeman, zelf alumnus (WWLA V ’10-’11) en inmiddels cum laude afgestudeerd aan de Fotovakschool.

Gemotiveerd vervolg

Een maand geleden zag het er zo uit in het Vondelpark: als op de foto hiernaast. Vlak daarnaast gaven we de WWLA oriëntatie-/selectieworkshop in een kamer met uitzicht op het park. Hoge ramen. Donkerbruin  gelakte houten lambrisering en de blauwtinten van het behang en de gordijnen aanschouwden ons spel, het spelenderwijs, ervaringsgericht leren.

Morgen is er weer zo’n dag. Dezelfde ruimte. Ander weer, vermoedelijk.
Voor het opleidingsjaar 2019-2020 begroetten we al verschillende mensen, die – net als in voorgaande opleidingsjaren – inspirerend divers zijn van achtergrond. Ze vertellen ons wat hen motiveert om op weg te gaan naar een nieuw vervolg in hun leven en loopbaan.

Doordrenkt van verlangen en gedrevenheid, gelardeerd met doelgerichtheid en pragmatisme, klinken hun woorden:

“Mezelf inleven in iemand anders
in een gevoel of situatie die niet de mijne is

Ik ben creatief, ik hou van aanpakken, ik kan goed luisteren
Ik handel uit intuïtie met een grote dosis humor

Op mijn 55e eindelijk het lef tonen te gaan doen wat ik leuk vind
De kracht zit in mensen zelf

De rollenspeldagen in mijn vorige opleiding, waren de allerleukste dagen
Ik stak als kind altijd als eerste mijn vinger op bij het spelen van toneelstukjes

In de rollenspelen die ik zelf meemaakte tijdens mijn werk, leerde ik zo snel zo veel
Ik kon er mijn persoonlijkheid door ontwikkelen
En ik dacht: zat ik daar maar … op de stoel van de rollenspeler”

Morgen weer.

Achter gesloten deuren

Acteren in het bedrijfsleven

Twee mensen lopen een kamer binnen. De een laat de ander voorgaan en sluit dan de deur. Iedereen voelt het: achter die deur gaat een serieus gesprek plaatsvinden.
In de meeste gevallen sta je buiten de deur. En ben je daar niet rouwig om, al zou je best vlieg op de muur willen zijn om te weten wat daar wordt besproken.

Als acteur in het bedrijfsleven ben je binnen. Altijd.

Zo was ik in de afgelopen maanden een ambitieuze medewerker. Mijn leidinggevende moest mij teleurstellen, want ik zou niet worden toegelaten op een interne opleiding. Hij hoopte mij het nieuws te brengen zonder me te demotiveren en me enthousiast genoeg te houden om mee te denken over een route die mij nog een jaar binnenboord zou houden en me voor te bereiden op de aanmelding volgend jaar.

Ik was de voormalig eigenaresse van een fysiotherapiepraktijk, waar ik nog twee dagen werkte in aanloop naar mijn pensioen. Om een gat in het rooster te vullen zei ik dat ik er wel een dag bij kon pakken. De praktijkcoördinator wist dat niemand in de praktijk daarop zat te wachten. Hoe ging ze me dat vertellen?

Ik was iemand van de nachtdienst in een verpleeghuis, die alleen verantwoordelijk is voor twee ‘gangen’. Om 22.30 uur zaten er nog bewoonsters in de gang te babbelen, van wie ik graag wilde dat ze naar bed gingen. Om daartoe aan te moedigen had ik de stop van de ganglampen losgedraaid. Een collega uit het huis, die dit toevallig opmerkt, ziet ook dat daardoor de deuren naar het trappenhuis van het slot zijn. Gevaarlijk, want mensen met dementie willen nog weleens gaan dwalen. Ook vindt ze het sneu voor de dames op de gang die nog gezellig bij elkaar zaten en allemaal naar bed moeten. Mijn collega worstelt ermee of ze dit bespreekbaar moet maken.

Ik was de roosteraar in een grote instelling. Iemand van de administratie, die geen kinderen heeft, wacht al jarenlang netjes tot iedereen zijn vakantievoorkeuren heeft ingevuld, zodat mensen met kinderen in het hoogseizoen met vakantie kunnen. En dan past zij zich aan aan de rest. Dit jaar wil ze graag zelf ook in het hoogseizoen, want haar nieuwe vriend heeft kinderen. Maar toen ze het met de roosteraar besprak, was deze afhoudend. De vrouw van de administratie werd toen zelf geïrriteerd, waarop de roosteraar haar aanviel op hoe ze het gesprek voerde.
Ze zoekt nu een weg om het anders te doen, dwars door haar gekwetstheid en verontwaardiging heen.

Ik was een oudere klant van een bank, die niet met de computer overweg kan en belt met de bank om een bedrag over te kunnen maken. De medewerker van de bank had een discussie met zijn collega’s: ga ik deze mevrouw met veel geduld door alle stappen heenleiden, al kost het een half uur. Of zeg ik: vertelt u maar wat het bedrag is, dan maak ik het wel over voor u. Dat kost dan vijf minuten. Wat is het fijnst voor de klant?

Ik was eigenaar van een nieuw restaurant, dat net een klein jaar open was. Ik wilde een vergunning om voor een feest tot 02.00 uur open te zijn in plaats van tot 01.00 uur. Bij het aanvragen van de vergunning blijkt, dat ik eigenlijk helemaal niet tot 01.00 uur open mocht zijn. De medewerker van de gemeente moest mij dit slechte nieuws gaan brengen. Hoe doet hij dit met behoud van de relatie en welke ruimte is er om mee te denken met een ondernemer, die je ook graag in je gemeente hebt?

Ik was een collega die veel over andere collega’s praat en die zich overal mee bemoeit. Mijn leidinggevende wilde dat met me bespreken, ook al had ze niet alles zelf gezien en gehoord. Hoe moest ze dat doen, zonder in een ouder-kind dynamiek te komen. En zonder mij te demotiveren, want ik deed mijn werk altijd supergoed.

Ik was afdelingshoofd in een ziekenhuis en de leider van een kwaliteitsproject heeft informatie van me nodig om de Raad van Bestuur te kunnen rapporteren. Hoe krijgt ze mij zover, terwijl ik een drukke agenda heb en er nog veel projecten lopen, die allemaal tijd vragen.

Ik was een oudere medewerker, die een hartoperatie had gehad. Ik was herstellend. Mijn leidinggevende merkte dat ik steeds minder werkzaamheden deed, terwijl ik aan het reïntegreren was. Het stak hem een beetje, dat ik wel een sportieve vakantie had gehouden, terwijl ik in de winkel steeds zeg dat ik snel moe ben. Hoe bespreekt hij dit, zonder op de stoel van de dokter te gaan zitten en zonder dat zijn oordelen in de weg zitten. Een eerlijk gesprek, van mens tot mens over hoe het ervoor staat. Over begrip, zonder het vervelende gevoel bij de leidinggevende dat hij mogelijk gepiepeld wordt, en zonder het vervelende gevoel bij mij dat ik op voorhand al veroordeeld ben

Een greep uit de gesprekken, die normaal gesproken achter gesloten deuren plaatsvinden.
Waar ik er ben om samen met de initiatiefnemer tot het gesprek variaties uit te proberen, samen te puzzelen, zoeken en te vinden hoe het gesprek kan winnen aan transparantie, het op tafel krijgen van alle belangrijke informatie (zowel feitelijk als op gevoelsniveau), aan gelijkwaardigheid en impact. En daardoor aan duurzaamheid.

Dat doe ik ruim 20 jaar. En het verveelt nooit. Want elk mens is anders. En iedereen heeft een eigen route om het gesprek zo te voeren dat het goed voelt. Die weg vinden is en blijft fantastisch en boeiend.

 

Loes