Caroline Strasters – WWLA IX

We ontmoeten elkaar in Café het Ponthuys in Amsterdam. Het eerste dat Caroline doet, als we gaan zitten, is de spulletjes van tafel halen en in de vensterbank zetten. Ik sla er niet direct acht op, maar al snel blijkt, dat deze routine alles te maken heeft met haar werk als doventolk.

Het voelt een beetje als een blind date, want ik kon je online niet vinden. Hoe vinden jouw klanten je?

Ik word daarin verzorgd: als doventolk maak ik gebruik van Tolknet. Daar plaatsen mensen een vraag en wordt er een match tot stand gebracht. Ik ben nu zeven jaar doventolk en heb inmiddels ook mijn vaste klanten, die weten mij altijd te vinden.

Ik heb inderdaad geen website; ook geen Linkedinprofiel. Daar heb ik gewoon geen feeling mee en bij zoiets denk ik: doe het goed of doe het niet. Ook heb ik het idee dat er zoveel acties uit voortkomen, waaraan ik geen behoefte heb. Kortom: ik mis het niet.

Hoe is het om doventolk te zijn?

Het is een prachtig beroep. Heel afwisselend. Ik ben eigen baas en kan als ik thuis ben alles weer loslaten. Ook vind ik het fijn dat ik niets hoef op te lossen, maar wel veel waarde toevoeg aan het communicatieproces. Ik kan een brug zijn tussen twee werelden. Horenden zijn soms een beetje ‘doof’ voor de wereld van doven. Het eerste dat een horende vaak vraagt aan iemand die doof is, is: ‘kun je liplezen?’ om zich vervolgens onnadenkend af te draaien om bijvoorbeeld iets uit de tas te pakken. Als dove ben je dan een stuk tekst kwijt. Bovendien is het ontzettend lastig om met liplezen echt alles te begrijpen. Je ziet soms niet waar het ene woord eindigt en het volgende woord begint.

Ik merk ook dat dove mensen het wel eens zat zijn om horende mensen te informeren over hoe het wel of niet werkt en hoe het is om doof te zijn. Ook daarin wil ik wel tolk zijn en het bewustzijn helpen te vergroten.

Doventolk zijn, kan een energiegevoelig beroep zijn. Als ik bijvoorbeeld een vergadering moet tolken is het erg hard werken. Iedereen praat door elkaar heen, zoals dat gaat, maar ik kan natuurlijk maar een spreker tegelijk vertalen.

Hoe dynamisch is de gebarentaal? Ik kan me zo voorstellen dat je ook nieuwe woorden moet bedenken.

Even rijk en dynamisch als de gesproken taal. Je moet nog beeldender kunnen denken. Elk woord, elk begrip is een beeld. En dat beeld heeft met associaties te maken.

Wat ik ook mooi vind is dat je ziet dat dove mensen een heel eigen stijl en rijkdom in de gebarentaal ontwikkelen. Net zoals in gesproken taal, eigenlijk.

Hoe ben je ertoe gekomen om trainingsacteur te worden?

Ik mocht eens vertalen voor een dove medewerker tijdens een training. In die training werd ook met een trainingsacteur gewerkt. Geweldig vond ik dat. Ik dacht: hoe fijn zou het zijn als je als doof persoon getraind kunt worden in je ‘eigen’ taal? Dat was de eerste stap richting het trainingsacteren voor mij.

In beide beroepen ben je een soort brug. Wil je ze ook combineren?

Daar liggen mooie kansen. Het eerste zetje in die richting zat al in de tolkopdracht die ik net beschreef. En André bracht me op nog een ander idee. Hij opperde dat het ook mogelijkheden in de horende wereld zou bieden. Trainingen voor horende mensen die omgaan met dove mensen. Ik kan verschillende dove rollen spelen. In die richting had ik zelf nog helemaal niet gedacht.

Dat een combinatie vruchtbaar kan zijn heb ik ook bij het GGMD ontdekt. (GGMD = Geestelijke Gezondheidszorg en Maatschappelijke Dienstverlening). Het GGMD geeft trainingen voor dove mensen. Tijdens mijn opleiding bij Loes en André heb ik daar wat stagewerk gedaan in een training assertiviteit. Hoewel men in deze context nog niet zo gewend is te werken met een trainingsacteur, kan ik daar verandering in brengen. Ik gun dove mensen ook een goed leerproces. Het kan veel waarde hebben als een trainingsacteur begrijpt waar je tegenaan kan lopen als je doof bent in een horende wereld. Dus ja, de combinatie is voor mij een natuurlijk vertrekpunt. Ik kan stemtolken, maar als trainingsacteur kan ik bovendien ‘stem geven’.

Ook denk ik na over een voorstelling. Dat kan ontzettend leuk en nuttig zijn. Dove mensen en hun familie, vrienden en collega’s zouden er veel van kunnen leren en elkaar beter leren begrijpen.

Wat is voor jou persoonlijk de waarde van trainingsacteren?

Je neemt als het ware afstand van jezelf, van je eigen ideeën en (voor)oordelen. Wat ik heel bijzonder vind, is dat er een verbinding ontstaat met de rol. Ik kan reageren vanuit die ander. Daar word ik zelf, al spelend, ook wijzer van.

Als trainingsacteur geef je mensen vooral de gelegenheid een echte stap te maken. Uit hun hoofd, in de ervaring. Daar gaat het mij om.

Kun je een paar belangrijke ‘lessen’ noemen die je bij WWLA kreeg?

Voor mij werd de toon meteen gezet door de Belbin Teamrollen. Dat bracht een klimaat van zelfonderzoek en nieuwsgierigheid naar de ander. De Teamrollen zijn voor mij de basis om vanuit ruimte de ander te ontmoeten.

Ten tweede vond ik het wonderschoon hoe alles met alles te maken had. De opleiding zit zo goed in elkaar. Dat alles zo mooi in elkaar grijpt, komt deels door het lesplan maar ook doordat Loes en André dat plan geregeld loslaten. Dat klinkt misschien tegenstrijdig maar het klopt.  De manier waarop Loes en André werken, laat namelijk veel ruimte voor eigen ontdekkingen en die verschillen van persoon tot persoon. Uiteindelijk valt alles op zijn plaats.

Wat ik trouwens ook een echt cadeau vond: de geweldige gastdocenten. Loes en André lieten ons als het ware ook ‘los’ om andere meningen, perspectieven en ervaringen op te doen.

Was alles compleet? Heb je wel eens iets gemist?

Ik mis niet snel iets omdat ik niet van iets vastomlijnds uitga. Dus nee. Ik heb wel iets gezocht: ik ben een zoeker en mijn zoeken stond soms bewegen in de weg. Zo kwam ik tijdens een oefening waarbij ik snel een belang moest vinden voor de situatie die werd aangespeeld, in emotie terecht die gekoppeld was aan dat belang, waardoor ik niet meer kon meebewegen en meer in mijn denken terecht kwam over wat de ander nu wilde in plaats van dat ik organisch het ene uit het andere voort kon laten komen. Toen ik me dat achteraf realiseerde, dacht ik: mag die les nog even over.

 

Susanne Esselink – WWLA IX

Susanne Esselink

“Wat wil je later worden?” Die vraag werd Susanne als kind ook gesteld. Haar antwoord was: actrice. Dat liep anders. En toch ook weer niet.

Hoe kwam je bij de wens om trainingsacteur te worden?

Ik werk als Adviseur Arbeid bij Revalidatiecentrum Roessingh. Een van de dingen die ik doe is mensen naar werk begeleiden. In dat kader oefen ik ook gesprekken met ze. Die gesprekken wilde ik ‘echter’ maken, zodat mensen er meer van konden leren, zoals goed afstemmen op gesprekspartners en zichzelf beter profileren.
Als kind wilde ik actrice worden. Het liep anders, maar ik ‘heb er iets mee’. Ik doe bijvoorbeeld al jaren aan theatersport. Daar leer je natuurlijk niet hoe je gesprekken kunt oefenen met mensen. Daarom ging ik op zoek naar een opleiding trainingsacteren.

Je zocht op internet. Waarom koos je voor WWLA?

Op de website van WWLA las ik verhalen van alumni en die spraken me aan. Ik had er direct een goed gevoel bij. Ik meldde me aan voor de introductie en dacht meteen: dit is het!
Gelukkig hoorde ik al snel van André dat ik was toegelaten.
Het was geweldig, dat hele jaar. Ik mis het nog steeds. Het is trouwens wel een van de moeilijkste dingen die ik ooit gedaan heb.

Wat maakte dit tot een van de moeilijkste dingen die je deed?

Dat klinkt zwaar, hè? De sfeer was verre van zwaar. Het was leuk, leerzaam, gezellig, we hadden veel lol. Wat ik ermee bedoel is dat ik iemand van ‘de controle’ ben. Of beter gezegd: was. Tijdens de opleiding leerde ik dat los te laten, te voelen en mijn lijf ook te voelen. Ik maakte als het ware nieuwe verbindingen. Zeker in het begin was dat allemaal nieuw voor mij.

Is het je gelukt?

Jazeker. Ik kan nu zelfs tranen laten zien in het spel. Dat komt doordat ik me veel bewuster ben geworden van mijn gevoel. Ik heb er bijvoorbeeld ook geen moeite meer mee als een verhaal van een cliënt me aangrijpt. Ik durf dat ook best te laten zien.
Loes en André zijn vakmensen en ze weten het over te brengen. Ze laten je ook naar jezelf kijken. Ik beschrijf het wel eens zo: als je een gitaar wilt leren bespelen, ga je op gitaar les. Maar als je jezelf wilt leren bespelen, wat heel belangrijk is voor een trainingsacteur, dan ga je naar WWLA.

Hoe kijk je naar de docenten?

Loes en André zijn enorme vakmensen. En ik voelde me thuis bij hen. De gastdocenten waren ook erg goed. Paul Devilee zei in de les voor het eindassessment: ‘Alles wat je aandacht geeft, groeit.’ En zo voelde het ook. Ik groeide van zijn feedback. En Jeanne Bakker, wát een energie heeft die vrouw. Ze is direct en heeft een scherpe kijk op dingen. Van haar heb ik geleerd dat je met de juiste toon veel kunt zeggen. En dat je een milimeter verschuiving in het gedrag van een deelnemer direct moet honoreren in je spel.

Ben je nu uitgeleerd?

Nooit. Ik wil blijven leren. Vlieguren maken is ook belangrijk. Dat doe ik natuurlijk dagelijks in mijn werk. Maar ik heb me vorig jaar september ook aangemeld als trainingsacteur voor het vak Communicatie bij de Academie voor Mens & Arbeid van de Saxion Hogeschool Enschede. Erg leuk om te werken met studenten.
En als er een WWLA deel 2 zou zijn, schrijf ik me in. Ik zou nog beter willen leren schakelen, mijn spel nog verder verdiepen. Dat geeft wel aan hoe fijn en leerzaam de opleiding is.

Hoe ziet jouw toekomst als trainingsacteur eruit?

Misschien zou ik wel meer willen doen voor de Saxion Hogeschool. Het lijkt me leuk om dat een dag per week te combineren met mijn werk voor het revalidatiecentrum, waar ik het erg naar mijn zin heb.
Hoe het precies allemaal gaat lopen, weet ik nog niet. Mijn weken zijn erg vol. Wat ik wel weet, is dat deze opleiding me persoonlijk en professioneel veel heeft gebracht. Van daaruit ontwikkel ik me verder.

Susanne op LinkedIn

Portretfoto door: Simone Peerdeman

 

Marleen van Boxel – WWLA IV

Marleen deed al jaren aan amateurtoneel toen zij als administratief medewerker bij Boertiengroep haar kans schoon zag het vak van trainingsacteur te onderzoeken. Ze deed mee aan een vijfdaagse training ‘Starten als trainingsacteur’ bij Boertien. Dat smaakte naar meer.

Hoe kwam je bij WWLA terecht?

De toelatingseisen die Boertiengroep stelde aan de vervolgopleiding (‘Nee, als je geen dramaopleiding hebt gedaan, mag je helaas niet meedoen’) maakte dat ik mijn ambitie om professioneel trainingsacteur te worden aanvankelijk in de ijskast deed. Maar het brandde. Geen ijskast tegen bestand.
Ik zocht verder en kwam bij WWLA terecht. Als zij het in je zien, krijg je de kans. En die heb ik met beide handen aangepakt.

Hoe geef jij nu vorm aan je vak?

Momenteel werk ik twee dagen per week als zelfstandig trainingsacteur. Dat combineer ik met een parttime baan bij een klein bedrijf, dat me de ruimte geeft om een acteerklus aan te nemen op dagen dat ik voor hen werk. Dan mag ik schuiven.
Het allerliefst zou ik fulltime als trainingsacteur aan de slag gaan, hoe leuk ik mijn parttime baan ook vind. Financieel durf ik dat nog niet aan. Die tijd komt nog wel, dat weet ik zeker.
Ondertussen werk ik voor drie vaste klanten, onder andere met een vaste trainer van Downside Up. Zij werken veel in het onderwijs.

Heb je contact met collega’s?

Jazeker! Ik ben heel actief op Linkedin en beheer voor de NVvT de Linkedingroep. Ik wil graag bijdragen aan het vak. Daarom deel ik werkvormen en zoek ik collega’s op. Ik werk ook samen met Marius Schalkwijk. Hij is net als ik WWLA’er, we zaten in hetzelfde jaar. We geven gergeld een gratis workshop aan trainers over non-verbale communicatie. Dat is indirect ook een marketingactiviteit.
Verder maak ik deel uit van het Belbin Ensemble, naar een idee van Gerty Hanekamp, ook een studiegenote van WWLA.
En dan hebben we nog onze intervisiegroep met de alumni van mijn jaar. De laatste keer ging het over ‘de schaamte voorbij’. Hoe ga je om met ethische dilemma’s of oordelen over jezelf. Die dingen kunnen je soms remmen. Fijn om daarover met collega’s te sparren.

Kun je een voorbeeld geven van zo’n dilemma?

Bij een van mijn eerste opdrachten werd me gevraagd een islamitische vrouw te spelen. Ik heb zelf die achtergrond niet. Hoe doe je dat als je van binnen naar buiten wilt spelen, zoals ik geleerd heb? Dus zonder uiterlijk vertoon en rekwisieten, terwijl het toch herkenbaar moet zijn. Ik koos er toen voor om wel met een licht accent te spelen. Het voelde dubbel, ik wil wel een herkenbaar personage neerzetten, maar niet stereotyperen.

En kun je uitleggen wat je bedoelt met ‘een oordeel over jezelf’?

Ik heb er wel een paar, zoals iedereen denk ik. Voor mij gold dat ik mezelf bijvoorbeeld niet als sexy of verleidelijk zag. Ik was vroeger best onzeker over mijn uiterlijk. Door dat oordeel, kon ik het niet spelen. Bij WWLA word je behoorlijk geconfronteerd met jezelf, op een hele goede manier. Ik leerde dat verleidelijk echt niet in je figuur zit. Het zit tussen je oren. En van daaruit werkt het door in hoe je beweegt. In je gedrag. Ik ontdekte dat ik sexy heel goed kon neerzetten. En dat ik er zelf ook in kon geloven. Nog steeds.

Wat is volgens jou ‘het gezicht’ van de WWLA’er?

Dat wij alumni allemaal op dezelfde manier zijn opgeleid: professioneel, gedegen en met veel aandacht voor persoonlijke en professionele ontwikkeling. Dat kan de markt alleen maar ten goede te komen. We hebben bijvoorbeeld geleerd om geloofwaardig en ook subtiel te spelen. ‘Rood’ (uit het DISC-model) hoeft niet te schreeuwen om als ‘rood’ herkend te worden. Less is more.

We zijn allemaal mensen die uit beginnende en soms zelfs al uit grote liefde voor het vak deze opleiding ingestapt zijn. En we kwamen er met nog grotere liefde weer uit.

Ik zou het wel heel goed vinden als ons vak beschermd zou worden. Ik merk dat trainingsacteurs met onvoldoende kwaliteit soms schade aanrichten bij deelnemers, die je bij een volgende training dan weer moet ‘repareren’. In dat kader is de Standaarddie Loes en André hebben ontwikkeld, een mooie stap in de goede richting.

Ik droom ervan dat er een dag komt, dat ik niemand meer hoef uit te leggen wat een goede trainingsacteur doet. Zoals een bakker niet hoeft uit te leggen wat hij maakt.

Welke tip zou jij collega trainingsacteurs willen meegeven?

Onderneem! Wacht niet tot het werk bij je aanbelt, maar ga de boer op. Als je bijvoorbeeld ergens een probleem signaleert of een behoefte, ga erop af en creëer een klus. Zo hoorde ik van een collega trainingsacteur, dat ze een uitzendbureau had benaderd, nadat ze had gemerkt dat de gesprekken van intercedenten geen schoonheidsprijs verdienden. Dat werd een mooie en zinvolle opdracht.

website Marleen

Portretfoto door: Simone Peerdeman

 

Diana van den Hurk – WWLA VII en Carmen Lopez-Brea WWLA IX

Diana en Carmen leerden elkaar kennen bij Improvisatievereniging Papaver in Alkmaar. Toen Diana in 2014 begon met WWLA wilde Carmen er alles over weten met als resultaat dat zij een jaar na Diana ook afstudeerde bij WWLA. Inmiddels zijn zij voor zichzelf begonnen als ZZP-er, werken ze samen onder de naam DC-Theaterinterventies en zijn de eerste klanten enthousiast over hun werk.

Jullie komen net bij een workshop vandaan. Waar ging het over?

Carmen: Het was een workshop over humor en improvisatie, van Ad-Just Bouwman. In 2007 was hij de winnaar van de BNN-talentenjacht Lama Gezocht en werd toen één van de zogenaamde Lama’s.

Diana: Het was leuk en leerzaam. Humor is belangrijk in ons vak. Je kunt er zoveel mee zeggen en bespreekbaar maken. Tijdens mijn opleiding bij de Trap en later ook bij WWLA, werd het steeds duidelijker dat daar mijn kracht ligt.  Wat overigens niet wil zeggen dat het altijd passend is. Je moet oppassen dat je door de humor niet de confrontatie uit de weg gaat. Dat is soms een valkuil voor mij.

Carmen: Klopt wat Diana zegt: met humor kan je veel zeggen. In onze theaterinterventies gebruiken we het ook waardoor mensen om zichzelf kunnen lachen. Het geeft ruimte en kan lastige dingen wat lichter maken en daardoor bespreekbaar.

Waar richten jullie je op met DC Theaterinterventies?

Diana: We helpen bij veranderprocessen in organisaties. Veranderen kent fases. Bij iedere fase is het belangrijk om het in beeld en gevoel te kunnen omzetten. Dat doen we door middel van theaterinterventies. Als een organisatie een nieuwe koers, een nieuwe missie en visie aan het ontwikkelen is, zetten wij bijvoorbeeld Toekomst Theater in. Iedereen kan invloed hebben op wat de toekomst gaat brengen en wij maken het zichtbaar, tastbaar. Het management kan zo bijvoorbeeld ook goed zien welke vragen of twijfels medewerkers hebben.

Carmen: Het moet mensen raken. Ik realiseer me hoe langer hoe meer hoe waardevol ons vak is. The magic happens, zei iemand laatst. Dat voelde als een heel groot compliment. Magic ja, die voelen we zelf ook.

Wat is jullie ambitie?

Carmen: We willen ons toeleggen op veranderprocessen, wat we nu in feite al doen, en full time met DC bezig zijn. Nu combineren we het nog met een baan. Daarnaast bouwen en leren we. Ook van onze fouten. Op Facebook kunnen mensen ons proces volgen. We vinden het leuk om dat te delen.

Diana: Ik had twee wensen. Trainingsacteur en improvisatie docent zijn. Beide is gelukt. En ik ontwikkel me verder als improvisatie-actrice. Al die dingen kan ik kwijt in DC Theaterinventies. Het lijkt me geweldig als ik daar over een paar jaar full time mee bezig kan zijn. Op mij werkt dat beeld als een magneet.

Carmen: We krijgen trouwens veel steun van mensen om ons heen bij het bouwen aan onze theaterinterventies. We proberen ook alles uit in pilots. Daarnaast hebben we leuke betaalde opdrachten zoals voor de Politie Zaanstreek-Waterland en bij Odeon.

Wat heeft WWLA jullie gebracht waar je nog dagelijks profijt van hebt?

Diana: Wij werken veel op ons gevoel. Bij WWLA leer je ook ‘het waarom’. De analyse is belangrijk. Het moet uit te leggen zijn. Ik vond het theoretisch en technisch kader ontzettend leerzaam. Op één lesdag doken we bijvoorbeeld helemaal in een model en experimenteerden daarmee.

Wat ik ook heel fijn vond is dat Loes en André alle leerstijlen wisten te bedienen. Ik heb al met al een veel completer beeld gekregen van wat ik anders vooral op intuïtie deed.

Carmen: Deze opleiding is een mooie en vooral leerzame ervaring in mijn leven geweest. Ook op het gebied van mijn persoonlijke ontwikkeling. Belbin heeft daar veel aan bijgedragen. Ik ben groepswerker, vormer en brononderzoeker. Mijn vormer was een beetje ondergesneeuwd geraakt. Ik werk als winkelmanager bij de ANWB en moet in die functie regelmatig de discussie aangaan. Daarin was ik vaak iets te ‘gul’ naar anderen toe. Ik ging de confrontatie uit de weg. Loes zei tegen mij: “Je mag best je vormer meer laten zien. Kijk eens wat voor kwaliteiten daarin zitten.” Ik heb mijn vormer sindsdien afgestoft. Dat voelt zó goed! Ik heb nu zoiets van: dit ben ik, dit is mijn kracht en deal ermee.

WWLA was voor mij een ‘feest van confrontatie’. Als je ergens tegenaan loopt en je kan er niets mee, is dat frustrerend. WWLA geeft je de handvatten om juist op die momenten je verder te ontwikkelen. Daar heb ik nog dagelijks profijt van.

Diana: Ik ook! We zijn ons in onze samenwerking dagelijks bewust van onze rollen. Ik ben groepswerker, zorgdrager en brononderzoeker. Als zorgdrager heb iets voorzichtigs in me. Zie ik beren op de weg. Ik zie dan scenario’s voor me: “Hoe moet het nou als….”.

Carmen: “Mens kom op!” roep ik dan! Haha!

Diana: Precies. Dat zetje kan ik gebruiken. Andersom kan zij mijn kwaliteiten weer goed gebruiken. Ik ben meer van de details en Carmen van de hoofdlijnen. Carmen kan bijvoorbeeld heel goed onderhandelen. Daarin ben ik me nu ook aardig aan het ontwikkelen. We vullen elkaar perfect aan, leren van elkaar en kunnen ieder werken vanuit onze eigen kracht. Dat zie je ook als we op het podium staan.

Als je het over Belbin hebt; hoe zien jullie de rollen van Loes en André?

Diana: Loes is o.a. monitor. Ze analyseert en is scherp, en geeft zulke rake feedback! Ik heb ontzettend veel geleerd van deze vrouw. Ze is bovendien ook nog eens liefdevol en steunend.

Carmen: Helemaal mee eens! En André… ik herken mezelf zo in hem. Vormer, brononderzoeker. Met hem zou ik wel eens op avontuur willen gaan. Een avond aan de zwier en uiteindelijk lam van het lachen van de barkruk vallen!

DC Theaterinterventies

Portretfoto’s door: Simone Peerdeman


Willem Bruining – WWLA I

Willem Bruining | WWLA I  2007-2008

Het is alweer 9 jaar geleden dat Willem de opleiding deed maar het staat hem allemaal nog heel helder voor de geest. Als HRM adviseur bij Achmea gaf hij regelmatig trainingen en werd hij een keer door een collega gevraagd om wat rollenspelen te doen in een verzuimtraining: “Jij kan toch wel een beetje acteren?” Dat vond hij zo leuk, dat hij er professioneel iets mee wilde doen.

Je bent nu fulltime als zelfstandige bezig met trainen en trainingsacteren. Hoe heb je dat opgebouwd?

Na afloop van de opleiding besloot ik dat ik er meer mee wilde doen. Trainingsacteur zijn op mijn vrije dagen was voor mij geen optie. Ik ben minder gaan werken als HRM-adviseur en kreeg daardoor tijd als trainingsacteur aan de slag te gaan. Meters maken als startend trainingsacteur is heel belangrijk.

Het was een lang gekoesterde wens van mij om volledig als zelfstandige te werken. In goed overleg ben ik uit dienst gegaan bij Achmea. Ik ben nu fulltime werkzaam als trainer en trainingsacteur. Daarnaast ben ik ook beschikbaar voor interim-werkzaamheden op HRM-gebied.

Ik acteer in heel diverse trainingen in allerlei organisaties. Dat vind ik een erg leuk aspect aan dit werk: je krijgt een kijkje in de keuken in heel verschillende organisaties en sectoren.
Ik werk veel in de zorgsector en het onderwijs op dit moment.

Veiligheid bieden in trainingen is voor mij een belangrijke basis. Ik ben ervan overtuigd dat mensen bereid zijn te leren en zich kwetsbaar op te stellen als je, samen met de trainer, een veilige leeromgeving biedt.

Zie jij jezelf als ondernemer?

Steeds meer! Ik zit nu in de fase dat ik met eigen producten en diensten de markt op wil. Zo ben ik met oud WWLA-er Evelien Andriesse bezig met een training ‘Waarderend communiceren’, gebaseerd op de methodiek Appreciative Inquiry. Uiteraard zetten we onszelf in deze training ook als acteur in!

Ik draag ook graag kennis over. Al jaren ben ik gastacteur op de Basisopleiding Trainingsacteren van Mieke Bouwens in Leeuwarden.
Ik ben ooit opgeleid als onderwijzer. Daarna werkte is als HRM-adviseur en trainer. En nu als trainer, trainingsacteur en ondernemer. De rode draad in alles wat ik doe is duidelijk voor me: de ontwikkeling van mensen ondersteunen en stimuleren.

Je bent WWLA-er van het eerste uur. Waren jullie pioniers?

De opleiding was nog piepjong, ja. Maar het stond meteen als een huis. De unieke combinatie van Loes en André qua persoonlijkheid, kennis en expertise was en is perfect. We hebben het echt van de besten geleerd.
De opleiding voelde ook als een waar avontuur. In die zin leek het misschien wel als pionieren. We maakten zoveel mee en ontdekten voortdurend nieuwe dingen.
Ik zal nooit vergeten dat Loes, nadat ik een boze klant had gespeeld, zei: “Dat heb je heel mooi neergezet, Willem. En wat heb je bij de ander gezien?” Ik moest natuurlijk feedback geven … Dat lukte me nauwelijks want ik was vooral met mezelf bezig geweest.
Een onvergetelijk moment in de opleiding was de volgende opdracht: we moesten een voor een spelen dat onze partner was overleden en we een videoband hadden met opnamen van haar. Per ongeluk nam een vriend een voetbalwedstrijd op over de band. We moesten vervolgens de situatie en emotie spelen. Spannender dan dat heb ik het nooit meer meegemaakt! Echt ‘hogeschoolacteren’.

We waren ook een leuke, diverse groep cursisten. Wat hadden we ook een lol met elkaar tijdens de cursusdagen! Ik heb de tweewekelijkse uitstapjes vanuit Friesland naar Amsterdam dan ook nog lang gemist.

Was het ook een persoonlijk leerproces voor jou?

Ja, dat was het zeker! Ik moest ook veel afleren. En mezelf onder de loep nemen. Als Vormer (Belbin Teamrollen, die ook in de opleiding worden geleerd en gebruikt), vind ik bijvoorbeeld snel iets en schuw ik de confrontatie niet. Ik leerde in plaats daarvan terug te geven wat ik zag en niet wat ik ervan vond. Je eigen mening loslaten en afstemmen op de ander, dus. Ik heb veel over mezelf geleerd tijdens de opleiding. Zo kwam ik er bijvoorbeeld achter dat bepaalde rollen en typen persoonlijkheden best ver van me afstaan. Toch heb ik ontdekt hoe ik dat geloofwaardig kan neerzetten. Niet door uit te vergroten maar juist door zo min mogelijk te ‘acteren’. Less is more, hoorden we vaak. Iets dat ik nog altijd toepas in mijn trainingen.

Ik ben ontzettend happy met wat ik doe. Tegelijkertijd ben ik er nog niet. Misschien wel nooit. Ik blijf continu leren en mezelf ontwikkelen.

Je bent trainer en trainingsacteur, dus je kent beide perspectieven. Wat verwacht jij van trainers?

Ik heb meegemaakt dat een intern opgeleide trainer met weinig ervaring zei: “Oeff, ik ben blij dat je er bent. Jij hebt heel veel ervaring, hoorde ik al.”  OK, dacht ik, dat wordt dus mijn feestje. Dat wil ik als trainingsacteur liever niet, maar goed, van een onervaren trainer kan ik me dat nog voorstellen. Wat ik vervelender vind is als een ervaren trainer zegt: “Neem lekker de ruimte, ik vind alles goed.” Ruimte is fijn, maar je moet als trainer goed voor de acteur ‘zorgen’, door de simulaties aandachtig te begeleiden en aan te geven waar we het voor doen.

Ik heb ook geleerd voor mezelf te zorgen. Dus niet te snel me gestreeld te voelen als een trainer extreem veel ruimte biedt en blij is met mijn ervaring, maar duidelijk afstemmen en ook mijn grenzen aangeven.

Tijdig stopzetten van de simulatie is ook heel belangrijk. Als de trainer niet stopzet, kan ik het uiteraard zelf doen. Een simulatie te vroeg stopzetten, als je met de cursist bijna een duidelijk resultaat hebt bereikt, is storender.

En tenslotte: niet teveel praten en analyseren. Dat is zonde van het effect. Dan kun je beter gewoon aan intervisie gaan doen. Laat vooral veel doen en ervaren.

Enfin, zo leer ik als trainer ook veel van mijn perspectief vanuit de trainingsacteur.

Willem op Linkedin

Beke Olyrhook – WWLA II

Beke Olyrhook | WWLA II 2008-2009

Beke studeerde af in 2009 en werkt sindsdien als trainingsacteur. Op de vraag of ze zichzelf als ondernemer ziet, zegt ze lachend: “Heel lang dacht ik van niet, maar nu zeg ik ja! Al 7 jaar werk ik als trainingsacteur. Eerst combineerde ik trainingsacteren met een deeltijdbaan. Nu leef ik er volledig van. Dus dan mag ik mezelf wel ondernemer noemen.”

Wat houdt het ondernemerschap in voor jou?

Het betekent voor mij dat ik me blijf ontwikkelen in mijn vak. Dat ik mijn eigen werk binnenhaal en klanten heb waarmee ik langdurige relaties aanga.
Ik mis het ondernemerschap soms als ik naar collega’s kijk. Ik hoor mensen wel eens zeggen dat ze het doen ‘omdat ze het zo leuk vinden’, leuk voor erbij. Het heeft misschien ook met de mindset van dienstbaarheid te maken. Het is een mindset die je in trainingen zeker moet hebben, maar daarbuiten mag je dienstbaar zijn aan jezelf en aan je onderneming. We zijn als trainingsacteurs al lang niet meer dat aardige extraatje in leerprocessen. Het is een volwassen beroep geworden en daar hoort ook serieus ondernemerschap bij. Ik wil niets afdoen aan ieders persoonlijke insteek, toch vind ik wat meer zelfbewustzijn als trainingsacteur wel belangrijk.

Waar kan dat zelfbewustzijn van de trainingsacteur in naar voren komen?

Ik ben lid van een intervisieclub van trainingsacteurs. We inspireren elkaar en zorgen ook voor elkaar, in de zin van collega’s bij klussen betrekken. We delen vraagstukken en dilemma’s en hebben het bijvoorbeeld over onze marktwaarde. Laatst kreeg een collega een vraag voor een opdracht waarbij tarief en tijdsinvestering in geen verhouding stonden tot elkaar. Ze deelde met ons hoe ze hierover met de klant heeft gecommuniceerd. Het resultaat was positief: de klant begreep haar verhaal en ging mee in haar tariefvoorstel. De klant begreep dat aan een professionele trainingsacteur een ander prijskaartje hangt. Daar leer ik dan ook weer van. Je moet jezelf ook durven positioneren.

Hoe ben jij bij WWLA terecht gekomen?

Ik werkte als trainer maar vond het trainingsacteren eigenlijk veel leuker. Acteren deed ik al als amateur. Ik ging me oriënteren en kwam via mijn regisseur bij Kim de Lange (later ook WWLA’er) terecht en mocht meekijken. Toen besloot ik: dit wil ik! Ik ging rondkijken naar opleidingen. WWLA sprong er voor mij meteen uit. Het leek een serieuze en degelijke opleiding. En dat was het ook! Soms was het zwaar, maar ik heb de opleiding met enorm veel plezier gedaan.

Wat vond je er zwaar aan?

Ik zat toen echt nog in mijn periode van perfectionisme. Feedback krijgen vond ik behoorlijk lastig. Het was confronterend. Je leert niet alleen een vak, je leert ook leren en je leert veel over jezelf. Wat ik daar juist erg goed aan vind, is dat ik daardoor ook veel beter begreep hoe een deelnemer zich kan voelen in mijn trainingen. Hoe spannend het soms kan zijn om te oefenen met iets persoonlijks (we brachten tijdens de opleiding regelmatig eigen casuïstiek in). We hebben trouwens ook ontzettend veel gelachen. En Loes en André … ze zijn zo goed en vullen elkaar perfect aan. WWLA heeft mij een hele goede basis gegeven.

Ben jij een allround trainingsacteur?

Ja, ik richt me niet op een speciaal segment, thema of context. Ik werk momenteel veel in de facilitaire sector en in het onderwijs.
Interessant vind ik het als trainers verder gaan dan het trainen van vaardigheden en ook werken met onderliggende overtuigingen: waarom doe je wat je doet.
Wat ik niet meer doe zijn agressietrainingen. Daar vind ik mezelf niet overtuigend in.
Wat ik uitdagende rollen vind om neer te zetten, zijn bijvoorbeeld rollen met witte-boorden-agressie: onder de huid gaan zitten, dominantie neerzetten. Allemaal dingen die ik in het gewone leven niet zo snel zou doen of mezelf zou toestaan, maar die wel begrijpelijk of soms zelfs effectief kunnen zijn. Wat dat betreft geldt voor mij wat voor deelnemers geldt: door te experimenteren en je eigen schaduwgebieden op te zoeken, ga je gedrag of motieven van anderen, die normaal niet in je repertoire zitten, beter begrijpen. Daar kan ik van genieten.

Wat zijn jouw ambities voor de toekomst?

Ik dacht een paar maanden geleden: ik wil meer groeien met mijn onderneming. Maar na een hele drukke periode vroeg ik me af of ik dat wel echt wilde. Trainingsacteren is een intens beroep. Ideaal voor mij zou zijn om 2,5 dag per week als trainingsacteur te werken (en daar kan ik prima van leven) en 2,5 dag ‘maken’. Dat maken doe ik in feite al. Ik blog veel, over persoonlijke levenservaringen. En ik maak een documentaire over single vrouwen. Over hoe zij in het leven staan, buiten het ‘hokje’ van huisje-boompje-beestje.
Buiten de geijkte paden denken, voelen en leven. Je eigen pad kiezen. Dat is wel een rode draad. Ook als trainingsacteur geef je mensen ruimte om te onderzoeken en te ervaren wat hun eigen kaders en keuzes zijn en dat het prima is om het ánders te doen.

update

Enige tijd na dit interview, vertelde Beke dat ze had besloten een andere kant op te gaan.
“Tijdens het onderzoeken naar wat ik naast trainingsacteren zou kunnen doen, kwam ik erachter dat het tijd is het roer volledig om te gooien. Ik vind het vak nog steeds waanzinnig mooi, maar het is tijd voor mij om te stoppen met de uitvoering ervan. Het komende half jaar ga ik mijn onderneming opnieuw vormgeven. Spannend en leuk, want ik weet nog niet precies hoe dat eruit gaat zien.
Van de opleiding en het vak heb ik veel geleerd over mensen, hun gedrag, over mezelf, over de kracht van improvisatie en op je eigen gevoel mogen varen.
Dank aan alle deelnemers, collega’s en trainers voor alle fijne jaren!”

Websitevan Beke