Kennis: meer dan papier

‘Ik heb alles al geprobeerd, hij wil gewoon niet. Hij blijft klagen en kritiek leveren.’
De leidinggevende zit tegenover me en vertelt me wie de gesprekspartner is die ik straks mag representeren in de simulatie.
‘O … volgens mij weet ik precies over wie je het hebt!’ zegt een collega uit de groep.
De rest knikt en vult aan met anekdotes.
‘Zelfs voor het nieuwe koffieapparaat had hij geen goed woord over!’
Gelach.
De trainer lacht mee, knikt en haalt adem voor een samenvatting: ‘Goed, dus het gaat om een medewerker die niet mee wil, die energie zuigt. Je hebt alles geprobeerd. Zo iemand die je dus moet gaan begrenzen.’
De leidinggevende knikt. Haar collega’s ook.
Ik steek mijn hand op, de trainer knikt me toe.
‘Ik heb de rol me te verplaatsen in deze medewerker. Laten we kijken wat de mogelijkheden zijn en hoe de interactie tussen ons verloopt om te zien of er misschien nog ruimte is die je nog niet hebt gezien. Ik ga er daarbij vanuit dat de meeste mensen niet ‘s ochtends opstaan om hun dag onwillig en sjagrijnig door te brengen, tenzij ze klem zitten en nog geen goede manier hebben gevonden om kenbaar te maken wat in hun ogen de goede redenen zijn voor hun gedrag.’

Iedereen was bereid het experiment aan te gaan, al waren de verwachtingen niet bij iedereen even hoog.
We puzzelden ons door de interactie heen, wisselden uit wat de logica was achter ons gedrag.
Uiteindelijk werden er grenzen gesteld, dat zeker, maar er werden ook vragen gesteld die nog niet eerder aan de orde waren geweest, waardoor ik me in de rol van de medewerker niet gekleineerd voelde door de begrenzing. Ik kon meer prijs geven van wat er bij mij speelde en uit mijn moppergroef komen. Dat gaf de leidinggevende lucht, maar mij als medewerker ook.

Als trainingsacteur hebben we vaak die rol van ‘buitenstaander’. Van degene met het andere perspectief. Van het verhaal dat nog niet gedocumenteerd is en nog niet door allerlei anderen is bekrachtigd. Vaak brengen we op die manier de opening voor verbinding weer terug in het contact. Zo voegen we kennis aan bestaande kennis toe. Niet op papier, maar door ervaring. Door reële beleving en emoties in de doe-alsof-situatie.
Elke betrokkene wint daarbij. Want al is de interactie tussen mensen nog zo vaak vastgelegd in modellen en theorieën, het blijft een dynamisch proces tussen de betrokken personen.
Alleen door de bereidheid de interactie van onvermoede kanten te bekijken en uit te proberen, voeg je – juist – aan de interacties die in een patroon terechtgekomen zijn, nieuwe kennis toe.

Share this Post